De Man was er. Hij zat tegenover me en hij droeg geen shirt, waardoor ik zijn tatoeage perfect kon zien. Ik vond hem mooi. Niet alleen door zijn tatoeage, maar ook omdat ik me niet kon voorstellen dat iemand die zo leuk is, vrijwillig tijd met me wilde doorbrengen. Ik vond hem mooi omdat hij grappig was, zelfs om twee uur ’s nachts, terwijl hij al vier uur in bed had willen liggen. Ik vond hem mooi, omdat hij echt is. Niet zo’n vage hipster met een grote baard, of zo’n afgetrainde engerd met perfect haar.

Dat realiseerde ik me die avond, toen hij op de stoel tegenover me zat en ik hem ongemakkelijk van houding zag veranderen. Hij haat mijn stoelen. Hij wil een bank, waar hij op kan liggen en wegdromen. Hij wil een huis met een tv. En beiden heb ik niet. Mijn huis is functioneel ingericht. Je kunt hier lezen, schrijven of muziek luisteren. En als je ervoor kiest om in een enigszins comfortabele stoel te gaan zitten, dan weet je zeker dat je niet in slaap valt.

Het ergert hem, dat weet ik zeker. Hij zei dat het mij ook nog wel zou opbreken ”als ik ouder ben”. Toen pas realiseerde ik me dat een leeftijdsverschil niet alleen onhandig is als je het over iets van toekomst hebt, maar ook dat het lichamelijk misschien wel heel goed te merken is. Voor hem dan. Ik ben natuurlijk jong en flexibel.

Wat me opvalt is dat mannen in de dertig veel socialer en liever zijn dan mannen in de twintig. Het lijkt alsof ze van een andere planeet komen (of zijn hun moeders gewoon beter in opvoeden?) 

Het is niet de eerste keer dat ik merk dat een man in de dertig zijn best doet en veel romantischer is (op een klassieke manier). Daarnaast lijken alle trends een beetje aan hun voorbij te gaan. Ze doen niet aan baarden, rare eetgewoontes of platenspelers en typemachines. Ja, ze hebben een platenspeler, gewoon omdat ze dat gewend zijn van hun ouders. Niet omdat ze een bejaarde in het lichaam van een 27-jarige willen zijn.

Het bevalt me wel. Mannen in de dertig zijn rustiger, (oké, die van mij niet maar over het algemeen wel), trekken hun eigen plan en zijn al 31 jaar lid van dezelfde sportclub, terwijl jij je dan realiseert dan je nog niet eens 31 jaar op deze wereld bent. En dát zette me aan het denken.

Ik keek op naar De Man. Als hij al 31 jaar bij dezelfde sportclub zat, terwijl ik nog niet eens 31 jaar besta, dan moest dat wel betekenen dat hij dingen zou weten. Niet over sport, maar gewoon algemene regels die ik nog niet weet. Hij leeft als het ware in de toekomst (als je heel veel fantasie hebt dan… en dat heb ik). Dat staat voor mij gelijk aan wijsheid. Hij kon me vast iets vertellen wat ik anders moest doen, omdat hij immers die fout al gemaakt had. Ik leunde naar voren:

‘Heb je advies voor mij?’
Hij begon te lachen: ‘Wat zit je nu weer raar te lullen?! Gek! Ik wil naar bed.’
‘Je bent ouder dus je weet meer. Jij leeft in de toekomst. Heb je advies voor mij?’
Hij schudde zijn hoofd: ‘Nee, want je luistert nooit naar me.’
‘Kom op! Jij weet toch wel iets wat ik nog niet weet?’

Er verscheen een lachje op zijn gezicht. Héél klein, maar ik kon hem zien in het kaarslicht. Hij pakte een sigaret, stak hem aan en keek weer naar mij: ‘Ja.’ 
Mijn ogen werden groot. Hier kwam het. Hier zou het geheim komen waar ik de komende elf jaar aan terug zou denken. 

‘Je moet je kerel dumpen. Hij is veel te oud voor je.’

 

Over de auteur

Ik eet geen rode dingen.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.