Ik ben kassière. Al jaren. En hoewel er ochtenden zijn dat ik mijn werk zwaar vervloek, heeft dit werk ook mooie kanten. Mijn baan is namelijk uitermate geschikt voor een mensenkijker zoals ik.

Je moet iets, als je van half 9 tot 5 niets anders doet dan boodschappen scannen. Langzaam schakel ik over op de automatische piloot en zak ik weg in mijn eigen wereld, van waaruit ik mensen stiekem bekijk. En het mooie is: zij zien mij niet. Ik ben de kassière, een verlengde van de kassa. Een hulpstuk, een menselijk liftknopje. Mensen knikken me vriendelijk toe en mompelen ‘fijn weekend’, maar kijken dwars door me heen.

Dat vind ik niet erg, hoor. Ik hoef helemaal niet gezien te worden. Des te makkelijker is het om mensen te bekijken, in hun normale staat van zijn. Mensen gedragen zich anders als ze bekeken worden, dus ik blijf rustig in mijn rol als achtergrondacteur.

Er komen fascinerende mensen bij mijn supermarkt.

Het is een grote supermarkt in een klein dorp, dus er komen mensen uit de hele omtrek. Er komt bijvoorbeeld een man die ik ervan verdenk piraat te zijn. Of misschien was hij dat in een vorig leven. Hij heeft een zongebruind, gerimpeld, spits gezicht, pikzwart haar, een oorbel en lichtblauwe ogen. Ik heb het hem nooit durven vragen. Je vraagt mensen nu eenmaal niet of ze stiekem piraat zijn. Zeker niet als je weet dat de waarheid veel saaier is.

Maar mijn favoriete klant is toch wel de kikkervrouw. Deze vrouw heeft een passie. Een passie die vergelijkbaar is met die van 12-jarige paardenmeisjes, of misschien nog wel groter. Ze houdt van kikkers. Jawel! Eigenlijk is ‘houden van’ nog te zwak. Ze lééft voor kikkers. Ik hoop dat ik ooit ergens zo gepassioneerd voor zal zijn als deze dame.

Ik denk dat ze rond de 50 is. Ze heeft lang haar en altijd een bril met gele glazen. De rest van haar accessoires zijn versierd met kikkers. Op haar riem prijkt een metalen kikker als gesp. Aan haar sleutelhangers hangt er ook één. Op de rug van haar jas staat een kikker. Haar boodschappentas is van Duinrel, met de bekende kikker voorop. Alle tien haar vingers zitten vol met ringen met kikkers erop. Zelfs aan haar veters hangen kleine kikkertjes.

Ik hoop ooit nog eens te durven vragen waarom ze zo van kikkers houdt, maar ik denk ook eigenlijk niet dat daar een antwoord op is dat ik zal begrijpen. Ik heb een hekel aan kikkers, of eigenlijk aan alles wat onverwachte bewegingen maakt (inclusief sommige mensen). Ik vraag me wel af of ze thuis ook kikkers heeft, in een hele grote vijver in de tuin. Of in zo’n aquarium waar andere mensen schildpadden in houden. Als ik kijk naar haar stijl denk ik dat ze het allebei heeft. Je kunt immers nooit genoeg kikkers hebben.

Misschien heeft ze allang begrepen dat op Tinder geen prinsen zitten, en hoopt ze op een kikkerprins. Stiekem kust ze iedere kikker die ze tegenkomt. Ik vind het wel een slimme strategie. Ik denk dat zij meer kans maakt.

Over de auteur

Koopt alleen blauwe dingen.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.