Zoveel als ik met Kerstmis heb, zo weinig heb ik met Pasen. Ik houd van het donkere sfeervol ingericht met lichtjes. Ik houd niet van het constante licht en het wachten op donker. Voor mij gebeurt het leven in de nacht. Dan schrijf ik en dan leef ik het makkelijkst. Zonder ongekozen prikkels één met woorden, beelden, liefde en muziek, kortom; één met het gevoel.

Elk jaar hetzelfde ritueel; met pijn in mijn hart zet ik de dikke stronk buiten, welke een tijdje geleden nog mijn kerstboom was. Alsof het een sinaasappel betreft waar ik het laatste beetje sap uit heb geprobeerd te persen. Ik doe dit meestal op een zaterdag. Op de dag dat het markt is.

Tot mijn afschuw zie ik dan al de eerste blije geiten met hun paastakken lopen.

“Een nieuw begin”, “Teken van vruchtbaarheid”. Voor mij een teken van een lange en te fel verlichte periode vol van teenslippers (met de meest onsmakelijke tenen erin), teveel ongevraagd, openbaar tentoongesteld menselijk vlees en het oneindige gezeik over dat het “veel te heet” is. Allemaal onderwerpen waar ik vast nog op terug ga komen in toekomstige columns.

Alles komt weer tot leven, maar ik voel me zoals Jezus zich gevoeld moet hebben toen hij de zware steen met zijn, door spijkers doorboorde, handen en voeten voor de opening van de grot waar hij was “begraven” weg aan het duwen was. Het veel te felle licht dat door je oogbollen brand en de hitte die je kapotte huid roostert, terwijl het zout van je zweet in de open wonden sijpelt. Het enige verschil is dat Jezus dit voelde gedurende het wegduwen van de steen en ik mij jaarlijks, pakweg, zeven maanden zo voel.

Pasen is eigenlijk een samengesteld feest van verschillende feesten.

Leuk om in te duiken, maar teveel om hier te behandelen. Er is zoveel om over te schrijven. Eigelijk te veel.

Een paar weetjes; de Joodse gemeenschap viert van oudsher Pesach. Een feest waarbij de laatste plaag van God aan de Egyptenaren herdacht wordt; elke Egyptische eerstgeborene werd gedood, maar elke Joodse eerstgeborene bleef leven. Wat een feest… Hoe leg je dat uit? “Ja, wij vieren dat er heel veel baby’s en kinderen gedood zijn”. Ongepaste vergelijkingen maken liggen teveel voor de hand.

Een ander weetje: tegenwoordig wordt de Joodse uittocht herdacht. Daarom zijn er matses. Die niet te eten stukken bordkarton die bijna net zo onsmakelijk zijn als pannenkoeken. De vlucht, in de nacht georganiseerd, maakte het onmogelijk om het brood te laten rijzen; wat overbleef waren matses. Tegenwoordig gewoon bij de Albert Heijn te koop als een traditionele delicatesse.

Ok… Toch even een vergelijking. Dit is te vergelijken met het concept dat we jaarlijks op de avond van Dodenherdenking massaal aan de gekookte bloembollen gaan. Ik begrijp er weinig van, maar “wij” eten die matses alsof het lekker is.

Pasen… Ik ken de verschillende verhalen. 

Van het Germaanse Ostara-feest tot aan Pilatus die Jesus aan het kruis liet hangen. Het mooiste aan Pasen vind ik persoonlijk nog de Rockopera “Jesus Christ Superstar”. Even geniaal als tijdloos geschreven en gecomponeerd, maar bovenal Goddelijk qua vorm. Jezus en zijn omgeving als onvervalste hippies. Ted Neeley als Jezus in de film. Meesterlijk.

Altijd al nieuwsgierig geweest hoe Jezus eruit gezien zou hebben als hij niet 33, maar zeventig jaar zou zijn geworden? Ted speelt nog steeds de pannen van het dak, ook in Nederland. Jezus zou eruit gezien hebben als een hippie. Echter, als Jezus zeventig zou zijn geworden, hadden wij geen Pasen gevierd zoals we dan nu kennen.

Klote Pilatus…

 

Over de auteur

In een onbegrijpelijke wereld doet hij pogingen om het voor zichzelf begrijpelijk te maken, hetgeen al moeilijk genoeg is. Humor is zijn redding; alles is humor, als je je maar lang genoeg verbaasd...

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.