Het woord ”morsen” vind ik raar. Het doet me denken aan een code, maar het wordt natuurlijk meestal gebruikt om aan te duiden dat iemand knoeit. Vies. Bah. Een naar ding waar je je heel druk over moet maken.

De eerste keer dat ik in aanraking kwam met het het woord ”morsen”, ben ik nooit vergeten. Ik zat op de basisschool en mama was die middag – om God mag weten welke reden – thuis. Ze gaf mij en het meisje dat met mij mee was, iets te eten.

Die dag, de dag dat ik het woord morsen leerde, at ik een broodje jam.

Een jamsoort die nu waarschijnlijk door iedere ouder zou worden gelabeld als slecht, want al die E-nummers, suikers en ijzersplinters van die machine moet je helemaal niet aan je kind willen geven. Maar ik groeide op in een tijd waarin ouders daar geen probleem mee hadden.

Ik nam net een hap van mijn broodje, toen er een dikke klodder gemanipuleerde aardbei op mijn t-shirt viel. Ik zat erbij en keek ernaar. Mijn vriendinnetje – dat uit een gezin kwam waar ze een kruimeldief hadden – raakte volledig in paniek en liep naar de gang. Ze zei dat ik moest blijven zitten niet mocht wrijven. God forbid!

En zo stond het meisje, volstrekt van de wereld, onderaan de trap te gillen naar mijn moeder.

Ma was hem inmiddels naar boven gepeerd, natuurlijk. Waarschijnlijk om de lakens en handdoeken die ik altijd uit de kast haalde (om hutten van de bouwen in mijn kamer), voor de zoveelste keer op te vouwen.
‘Mevrouw! Mevrouw!’ riep het meisje uit mijn klas naar boven. ‘Jacky heeft gemorst!’

Op dat moment stond de wereld letterlijk even stil voor mij. Misschien was dat moment – dat moment van morsen – wel hét moment waarop ik besefte dat ik sommige dingen niet begreep. Dat ik uit een ander soort gezin kwam. Dat wij geen kruimeldief hadden en van die mensen waren die graag over vlekken wreven.

De gebeurtenis is verder voor mij een vlaag van halve acties.

Ik weet dat mijn moeder naar beneden kwam. Ik weet dat ze ”oh” zei. En ik weet dat het meisje uit mijn klas met grote ogen toekeek hoe niemand in huis zich druk maakte om het ”gemors” behalve zij.

Nu, elke keer als ik het woord ”morsen” hoor, moet ik weer lachen. Het zijn vaak de moeders met een leren bank die zeggen: ”Nou als onze Sophie morst, dan is het gewoon doekje erover en weer klaar”.
Ik besmeer zelf nog steeds de heleboel, maar mijn motoriek is wel dusdanig goed geworden dat ik het ook zelf kan opruimen. Ik ben er heilig van overtuigd dat je daar geen leren bank of kruimeldief voor nodig hebt.

 

Over de auteur

Ik eet geen rode dingen.

één antwoord

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.