Een tijdje geleden mocht ik weer op de fiets om te praten met mijn vriendin Janneke. We hadden het over van alles, want er is een aardige waslijst aan dingen die mijn hoofd uit moeten.

We kwamen aan bij het onderwerp ‘vriendschap’. Nu is dat wel een dingetje, zeker als je kinderen hebt. Een sociaal leven is een hele taak als je altijd moet puzzelen met oppas zoeken, kinderen meeslepen, of mensen thuis uitnodigen. De laatste lijkt de makkelijkste optie, maar een goed gesprek is niet te voeren als er twee kleine nieuwsgierige kindjes constant aandacht vragen.

Ik heb niet zo veel vrienden. Dat is niet zielig, en ook geen oproep om je allemaal aan te melden als mijn nieuwe vriendje. Ik heb op dit moment nu eenmaal niet de tijd voor een grote vriendengroep. Ik ben heel blij met de mensen die ik zie of spreek, ook al gebeurt het niet al te regelmatig. Ik merk wel dat ik vrienden vaak niet de aandacht kan geven die ze verdienen. Soms vraag ik me af waarom ze de moeite nog nemen.

En dan ga ik dus denken, hè…

idolsherman‘Dat is mijn ergste nachtmerrie,’ vertel ik mijn vriendin. Ik zeg het met een scheve glimlach. ‘Het is mijn ergste nachmerrie om een soort mislukte Idols-kandidaat te zijn. Ken je dat nog, Idols? Ik keek dat vroeger altijd. In de eerste afleveringen had je dan van die kneusjes die als ze zingen, een beetje klinken als een zeehond. Mensen die niet eens de lyrics van hun liedje hadden opgezocht en dus maar wat fonetische klanken brabbelden. Mensen die, zelfs als ze applaudisseren, uit de maat gaan. En dan vroeg ik me altijd af: ‘Waarom heeft niemand jou verteld dat dit geen goed idee was?’ Achter hen staat een heel team aan vrienden en familie dolenthousiast te cheerleaden. Terwijl die mensen stiekem ook wel beter weten. Maar omdat het “gemeen” is om te zeggen dat iemand ergens niet zo goed in is, laten ze het klusje over aan de rest van Nederland. En dan staan ze daar, op de nationale televee, terwijl een driekoppige jury ze vierkant uitlacht. Toedeledokie, toekomst.’

Janneke kijkt me aan, en ik besef me dat ik mijn punt nog niet heb gemaakt.
‘Ik ben bang dat mensen met me omgaan omdat ze niet durven te zeggen wat ze echt van me vinden. Omdat ze het eigenlijk een beetje zielig voor me vinden allemaal. Dat ze aardig tegen me zijn, maar eigenlijk alleen uit medelijden.’
Ze kijkt me haast een beetje verbaasd aan. Ik weet ook wel dat het gek klinkt. ‘Maar,’ antwoordt ze, ‘vertrouw je die mensen dan niet?’
Nu is het mijn beurt om verbaasd te zijn. ‘Nee… Ik denk het niet.’
‘Waarom is dat, denk je?’
Ik probeer iets te bedenken, maar ik weet het niet. Ik ben nooit gepest, en ook niet bedrogen. Ik projecteer mijn onzekerheid wel op anderen, maar waarom ik dat doe in langdurige vriendschappen…

Ik heb daarna nog dagenlang gepiekerd over waarom ik zo twijfel aan iedereen.

Toen besefte ik me dat het eigenlijk niet uitmaakt. Het maakt niet uit waarom ik het doe, als ik er maar vanaf kom. En dat hoeft niet lang te duren.

Vertrouwen is namelijk niet iets dat gebaseerd is op resultaat, tenminste, niet volledig. Ik vertrouw er niet op dat het gras groen is, want dat kan ik zo zien. Dat weet ik dus zeker. Maar ik vertrouw erop dat het straks weer lente wordt, net als afgelopen jaren, ook al zie ik dat nu even niet.

Ik ga er vanuit dat als mensen met me omgaan, ze dat doen omdat ze wat goeds in me zien. Ik stop het stressen over wat ik misschien verkeerd doe. Ik vertrouw erop dat ik straks niet word uitgelachen door een jury van 3 has-beens.

En nu door naar de volgende ronde.

concert-768722_1920

Over de auteur

Koopt alleen blauwe dingen.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.