”Hallo??”
Ik keek naar de vragende groet die tegen half tien ’s avonds, twee dagen later, op mijn telefoon verscheen.
‘Hij zegt hallo’ zei ik tegen Vriendelijke Vriend, er trok een lachje over mijn gezicht en ik legde mijn telefoon weer aan de kant. Ik wist niet of ik wel op zijn vraag moest reageren. Ik wist niet eens of het een vraag was.
Een half uur later sprong er nog een berichtje op mijn telefoon: ‘Ik moet zaterdag optreden, in Deventer. Kom je ook?’

Ik begreep dat ik daar wel op moest reageren: het was een echte vraag. Daarnaast kon geen kwaad om te gaan kijken, vooral omdat hij in ieder geval ook zou komen opdagen. Geen overbodige luxe.
‘Ok. Blijf je dan slapen?’
‘Mag dat?’
‘Ja hoor. Ik zal er rekening mee houden dat je niet komt.’
‘Moet de volgende dag in Zwolle zijn.’
‘Wat een verrassing.’
‘Ik kan daarna weer terugkomen?’

Ik legde mijn telefoon op z’n kop op de tafel en begon te glimlachen. Dit kon niet misgaan.

Die volgende dag stuurde ik Esther en Alix een berichtje. Er is niets leuker dan de vreugde delen. Hoewel Esther sceptisch was (je hebt er altijd van die spelbrekers tussen), bleek Alix enthousiast: ‘Je hebt de jackpot!!’
Ik glom als een garnaal die niet die dag verwerkt zou worden in een salade. De twee dagen daarop kroop de tijd dan ook aan me voorbij. Ik kocht de Hema leeg (financiële meevaller), haalde duur, nieuw ondergoed bij Hunkemöller (want financiële meevaller) en ik haalde bodylotion waarvan ik dacht dat dat misschien wel mijn geur kon zijn. Ik lieg, ik kocht er twee. Omdat ik niet helemaal wist wat mijn geur nou was, qua bodylotion.

Toen ik zaterdagochtend wakker werd, sprong ik weer vol enthousiasme uit bed. Ik had amper geslapen, douchte uitgebreid en koos voor de bodylotion die ik als eerste in mijn mandje had gegooid bij de Hema. Daarna paste ik nieuwe strings, de één nog vreemder dan de ander. Ik kon nog steeds niet aan die dingen wennen, en wat deden al die touwtjes in hemelsnaam bovenaan de onderbroek? Één was meer dan genoeg. wie wilde er nou drie? Ik besloot me er niet aan te storen, geen onoplosbare vragen over strings aan mezelf te gaan stellen, en trok een zwart exemplaar aan. Ondertussen bleef mijn telefoon stil.

De avond viel heart-48522_640

Hij had gezegd dat hij me zou laten weten hoe laat ik er moest zijn, maar het bleef nog steeds stil. Vanuit mijn tenen ontstond een kriebel, die langzaam omhoog trok naar mijn maag, waar hij zeurderig bleef bewegen. Ik kreeg mijn eten amper naar binnen en tegen half acht pakte ik mijn telefoon op: ‘Ben ik nog welkom, of wat?’

Ik liep naar boven, poetste mijn tanden, checkte hoe laat hij moest spelen en schoot in de stress bij de gedachte dat ik nog maar tien minuten had om daar te komen. Toen ik snel naar mijn laptop sprintte om wat laatste dingen door te nemen, pakte ik mijn telefoon opnieuw. En daar was het:

‘Ja hoor. Maar ik blijf niet slapen.’

De letters prikten in mijn ogen en ik plofte op een stoel. Ik las het nogmaals. En nogmaals. Daarna legde ik mezelf een huil-verbod op; ik wist inmiddels dat de mascara niet waterproof was, ook al zei de verpakking van wel. Met trillende handen toetste ik Esther’s telefoonnummer in.

‘Hij blijft niet slapen. Ik mag, na vijf weken wachten, een half uur naar hem kijken zoals iedereen daar en daarna mag ik weer weg.’
‘Want??’
‘Ik weet het niet. Ik ga niet meer, hij kan de tering krijgen.’

Maar ik ging wel.

Ik ging omdat ik hem wilde zien en aanraken. Ik ging omdat ik hem een kus wilde geven. Ik wilde dat ik leuk genoeg was om voor te blijven. Ik wilde hem vragen waarom hij me nooit wilde zien. Ik ging misschien wel om hem te laten zien dat hij me kwetste, maar hoe dichterbij ik kwam, hoe bozer ik werd. En toen ik het donkere podium met herrie binnen kwam lopen en hem zag staan, sloeg mijn keel dicht. Mijn hart bonsde erin. Ik wist niet dat benen zo konden trillen, ik wist niet dat ik zo agressief kon zijn dat ik zelfs de mensen om me heen wilde slaan omdat ze hem credit gaven die hij niet verdiende.

Ik bestelde een wijntje, dronk hem in een teug leeg en bestelde er nog één. Met trillende handen, nam ik snelle slokjes achter elkaar terwijl ik naar hem keek. Daar stond hij geweldig te zijn. Daar stond hij, terwijl iedereen dacht dat hij de leukste, meest heilige en talentvolle persoon op de wereld was. En daar stond ik, de sukkel die al jaren aan het lijntje werd gehouden, en er tot die middag ook van overtuigd was geweest dat hij de leukste persoon op de wereld was.

Het duurde een paar seconden voor ik me besefte dat hij langs me heen was gelopen, naar buiten toe. Alles draaide, de mensen bestonden niet meer en ik sprintte achter hem aan zonder plan van aanpak.

Over de auteur

Ik eet geen rode dingen.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.