Hij heeft een klokhuis. Niet zo eentje die in een appel zit, maar een echte. Je kunt de tijd overal zien, uit iedere hoek van zijn appartement. De ene klok tikt, de ander kleppert, en weer een ander is gewoon stil. Hij heeft zo’n wake-up light en daar zit ook een klokje in. Tot een paar weken geleden vond ik een wake-up light maar een rare uitvinding, maar dat was toen ik nog dacht dat de meeste mensen wel zo slim zijn om in elk geval te blijven liggen tot de zon opkomt. Had ik verkeerd gedacht. Het blijkt dat de meeste mensen opstaan als het donker is. Dus mijn verbazing over een wake-up light, heeft zich verplaatst naar een verbazing over mensen die vrijwillig opstaan als het nog donker is.

De wake-up light naast zijn bed, staat gelukkig aan ”zijn” kant. Ik haat het dat ik ”zijn kant” zeg. Ik had gehoopt dat ik dat nooit zou zeggen. Ik had het niet eens willen denken, maar ik doe het wel.

Ik zuchtte voor me uit en werd geconfronteerd met een nieuwe klok, precies achter zijn bed (of ervoor… Het is maar hoe je het bekijkt). Ik ging rechtop zitten. Half acht. Of kwart voor acht, als ik dat gevaarte naast zijn bed moest geloven. Ik wist het niet. Blijkbaar was de man van de klok niet zo punctueel.
‘Wat?’ vroeg hij slaperig.
‘Jij bent een man van de klok.’
‘Wat?’ hij opende zijn ogen een klein beetje.
‘Een man van de klok.’
‘Ja, als ik drink is het het ergste. Klok, klok, klok, klok’
Ik begon te lachen en gaf hem een stomp op zijn borst. ‘Nee! Serieus! Je hebt te veel klokken. Waarom heb je zo veel klokken?’
Hij hees zichzelf overeind en gaf me een kusje op mijn voorhoofd. ‘Geen idee. Het is me nooit opgevallen.’

De man van de klok, wist niet dat hij een man van de klok was. ”Het was hem niet opgevallen.”
Stel je voor dat iemand mij erop attendeert dat ik van wijn houd en ik daarop antwoord: ‘Ohja, het was me eigenlijk niet opgevallen, maar nu je het zegt…’

Hoe kon iemand die zo veel klokken had, nou niet in de gaten hebben dat hij heel veel klokken had? Ik vroeg me af of hij er ook daadwerkelijk op keek, of dat hij de tijd via zijn telefoon checkte. Ik stond op het punt om het te vragen toen ik hem naar de rand van het bed zag schuiven.
‘Wacht! Wat ga je doen?’
‘Ontbijt maken.’
‘Nee!’ Mijn stem schoot omhoog. ‘Nee! Het is vrijdagochtend en je bent vrij. Dit gaat helemaal verkeerd!’
Mijn ogen gingen van de klok naast het bed naar de klok tegenover het bed. En toen weer terug.
‘Het is vijf over half acht! Of tien voor acht!’

Ik plofte terug op het matras, en strekte mijn arm onder zijn kussen. Daar lag iets. Ik trok het tevoorschijn en bleef er even naar kijken. Zijn horloge bungelde voor mijn hoofd.
‘Serieus!?’

Hij lachte. ‘Ding maakt een teringherrie hé.’ 
Ja. Dat was me wel opgevallen. De klok in de woonkamer tikte niet synchroon met zijn horloge. Ik had me er de nacht ervoor kapot aan geërgerd, omdat er nul ritme in te vinden was. Normaal gesproken maak ik liedjes, op het tikken van een klok. Dat werd me die nacht onmogelijk gemaakt. De twee tikjes wrongen met elkaar. Ik werd er gek van.

Hij pakte het horloge en deed het om zijn pols. Ik heb me altijd verbaasd dat mensen hun sieraden met één hand om kunnen krijgen. Maar ik ben dan ook motorisch gestoord.

‘Deze is net nieuw.’
Ik knikte. ‘Weet ik.’
‘Wist niet dat ‘ie zo hard tikt.’

Hij trok een shirt aan en zijn schoenen.
‘Wacht! Wat ga je doen?’
‘Ik ga je lekker laten slapen.’
Ik kreeg nog een kusje en een paar minuten later hoorde ik de voordeur in het slot vallen. Hij was weg. Verdwenen. Ik vroeg me af wat hij nou weer ging doen. Ik vroeg me af of hij ooit wel eens wakker werd zonder een overdosis energie. Ik vroeg me af of ik het erg vond dat we zo verschillend waren.

Ik vond het niet erg. 

Mijn ogen vielen dicht en de kamer was rustiger dan hij in de nacht was geweest. Vanuit de woonkamer hoorde ik zachtjes een klok tikken. Mijn mondhoeken trokken omhoog. Ik kon er wel aan wennen.

Over de auteur

Ik eet geen rode dingen.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.