Je hoeft maar een willekeurige vakblad over schrijven open te slaan, om meteen tot de conclusie te komen dat het lastig is om een uitgever te vinden. Als ik 90% van de auteurs moet geloven, wordt hun manuscript of direct afgewezen, of  – als ze geluk hebben – met een kleine notitie erbij.

Hoe kan het dan toch dat er de afgelopen jaren bizar slechte boeken wél een plaats hebben gevonden in de boekenwinkels? En hoe kan het toch dat er zo veel getalenteerde auteurs in de wachtkamer blijven zitten?

Veel werk dat ik lees in bijvoorbeeld het nieuwe magazine ‘Alice’, is allesbehalve beroerd. Ik lees manuscripten die elke keer worden afgewezen, maar ik kan niet inzien waarom. Ik zie schrijfsels van mensen op internet staan, waarvan ik denk: jemig, de rest van de schrijvers mag van geluk spreken dat niet iedereen zo goed is als jij.

In het afgelopen schrijversmagazine predikte dé literair agent van Nederland dat er nou eenmaal geen plaats meer is voor fictie. Mensen willen waargebeurde verhalen. Lezers zitten er volgens hem niet meer op te wachten om zich in een andere wereld te begeven. We hebben non fictie nodig die angstaanjagend dichtbij ons staat.

Ik durf die uitspraak in twijfel te trekken, maar als dé literair agent van Nederland al niet meer inziet hoe hij fictie moet slijten aan de uitgever, hoe moeten we dan verder?

Als het een feit is dat (grote) uitgevers graag ‘waargebeurd’ of ‘gebaseerd op…’ op de cover willen pleuren, dan kunnen schrijvers van bijna ieder ander genre wel inpakken. Maar waarom verkoopt Sophie Kinsella dan nog steeds? Of J.K Rowling? En hoe zit het dan met Giphart? Het label ‘waargebeurd’ hangt niet aan hun verhalen vast en ik kan me vergissen maar volgens mij verkopen deze auteurs best aardig.

Het afgelopen jaar heb ik veel publicaties ontvangen die ik het liefste jankend wilde terugsturen. Stuk voor stuk van auteurs die allemaal een uitgever hebben gevonden. Hoe kan dat nou? We zaten toch allemaal met smart op het zoveelste waargebeurde verhaal te wachten? En als de literair agent al met moeite twee fictieboeken per jaar kan onderbrengen ergens, dan zou dat selectieproces zich toch juist richten op mensen die daadwerkelijk kúnnen schrijven?

Terug naar het verhaal over non fictie: is die uitspraak van de literair agent niet hetzelfde als verkondigen dan we vanaf nu allemaal alleen nog maar naar hiphop willen luisteren?

Ja. Misschien willen we wel veel hiphop luisteren, maar zodra de zon gaat schijnen, hebben we ook een klein beetje popmuziek nodig. En voor de luie zondag willen we misschien wel wat akoestische gitaartjes horen, en als we ons moeten concentreren, zetten we wat relaxte beats op.

Wie bepaalt dat we vanaf nu maar geïnteresseerd zijn in een specifiek genre binnen de boekenindustrie?

Ik moet er persoonlijk niet aan denken een boekenwinkel binnen te stappen en verpletterd te worden door alleen maar boeken met titels als ‘Paaz’, ‘Toen ik je zag’ en ‘Ik was pas dertien’. Daar worden we toch helemaal niet vrolijk van?

Ik verdwijn wél graag in die wereld van een ander. Maar dan moet het wel goed geschreven zijn.

Misschien ligt daar het dingetje wel: een heleboel (debuterende) schrijvers zijn onbekwaam, of blijven zichzelf herhalen, maar zij vallen blijkbaar op. Zij krijgen de uitgever en een eigen boekenfeestje om het heugelijke feit te vieren.

Stel nou dat uitgevers (en lezers!) denken dat dit het nieuwe niveau van fictie is?
Dan is het heel logisch dat – vooral de twee boeken per jaar lezers – liever een waargebeurd verhaal lezen. Anders zitten ze opgescheept met auteurs die ‘schreeuwde hij woedend’ in hun boek zetten. Maar er bestaan ook goede schrijvers en goede debutanten. Je moet er alleen even naar op zoek.

Als een schrijver goed is, dan is hij goed. Dat heeft geen reet met genre te maken, maar met de stem van de auteur. Als een auteur je pakt, wil je weten hoe het verhaal eindigt. Fictie of niet.

 

Over de auteur

Ik eet geen rode dingen.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.