Sinds anderhalf jaar ben ik deel van de redactie van Hebban. Een boekenwebsite die zich richt op… Nouja alles wat met boeken te maken heeft. Artikelen schrijven doe ik amper. Ik recenseer. Je hebt vast op Lilyrose met enige regelmaat een boek-review voorbij zien komen, waar onder vermeld staat dat die recensie eerder op Hebban is verschenen.

Het werken voor Hebban is best aardig. Wat me vooral – naast het lezen, natuurlijk – geïnteresseerd houdt is de verrassingsfactor die bij het werk komt kijken. Je weet immers nooit wat voor boek je nou weer toegestuurd krijgt, en daardoor leer je ook veel schrijvers kennen. Spannend. Leuk. En soms een beetje vervelend.

De ene keer heb je een geweldig boek in handen, en de andere keer wil je het boek het liefst in de open haard gooien. Het is dan ook maar goed dat ik geen open haard heb, anders was 50% van de ontvangen boeken daar al wel in beland.

Een jaar geleden ben ik van het feelgood genre, naar crimezone overgeplaatst. Binnen crimezone zitten tientallen subgenres: van Scandinavische misdaad (immens populair!) tot misselijkmakende horror (iets minder populair). Ik sta zelf op de lijst voor dat laatste subgenre en alles wat daar een beetje omheen hangt. Toch is dat subgenre mondjesmaat beschikbaar, en krijg ik thrillers toegestuurd om mijn tijd mee te doden. Dat vind ik overigens niet erg, maar thrillers die geschreven zijn door vrouwen, zorgen bij mij direct voor een dikke rimpel in mijn voorhoofd.

Veel vrouwen kunnen namelijk geen thrillers schrijven. Dat klinkt cru, maar na een jaar lang elke week een boek te hebben gelezen voor Hebban, kan ik die conclusie wel een klein beetje trekken. Thrillers zijn er ook in veel soorten, maar als een vrouw besluit een thriller te schrijven, is het vaak een standaard verhaal waar ook nog een liefdesverhaal in verwerkt is en – ja natuurlijk – een uitgebreide omschrijving van outfits, make up, nagels en andere rompslomp de revue passeert. Meermaals!

Daar zit ik als lezer helemaal niet op te wachten joh. En ik ben zelf een vrouw! Het blijft me verbazen hoe 90% van de vrouwelijke bestsellerauteurs hier toch elke keer weer mee weg komt. Er is altijd de vrouw met een psychische stoornis of een onverwerkt verleden. Er is altijd een schoolreünie of een dood binnen de familie en er is altijd de enge man die eerst niet zo eng lijkt. Wat moet ik daar als lezer nou mee?

Nee doe mij maar Hex, van Thomas Olde Heuvelt. Dat zijn verhalen waar ik van kan genieten, en niet omdat het binnen mijn favoriete subgenre valt, maar gewoon omdat dit een schrijver is die de tijd heeft genomen voor zijn werk. Zien we dat vrouwelijke thriller schrijvers doen? Godverdomme man, Linda van Rijn publiceert zes thrillers per jaar. De een nog saaier dan de ander. Saskia Noort! Ook zo’n Margriet schrijver. Om mijn bek nog maar te houden over de meeste debutanten binnen dit genre.

Wat is er toch mis met de schrijfsters van thrillers? Hun boeken zijn verre van authentiek, en daarnaast speelt hun eigen gekwelde zieltje altijd een grote rol binnen het boek. Laat ik allereerst zeggen dat me dat geen reet kan uitmaken, als het boek maar goed geschreven is en de personages geloofwaardig zijn. Het wordt voor mij een ander verhaal, als iemand zijn complete leven uitwerkt in driehonderd pagina’s, er een andere naam en een moordenaar aan vast hangt, en dat boekje vervolgens voor €15 verkoopt.

Gaat schrijven niet om fantasie, je eigen ideeën verkennen, een situatie op je laten inwerken, je inbeelden wat er was gebeurt als…, en de lezer bij zijn keel grijpen alsof hij zelf degene is die zonder water, in een kelder van amper een meter hoog is geflikkerd. Naakt tot op het bot?

Na het lezen van ‘Rauw’, het debuut van weer een nieuwe, vrouwelijke ”thriller” schrijver, ben ik er een beetje klaar mee.

Het is heel leuk om te zien hoe de vrouwtjes hun best doen om een bloedstollend verhaal neer te zetten, maar er is geen lezer die er baat bij heeft om het zoveelste ”Ze ging bijna dood, maar de kleur van haar trui liet haar blauwe ogen in elk geval wel spreken” verhaaltje door zijn strot geduwd te krijgen.

Er is een regel die al jaren geldt als je een goed gesprek wilt voeren: als je het niet weet, zeg dan dat je het niet weet.

Volgens mij kunnen we datzelfde regeltje aan een heleboel vrouwelijke thriller schrijvers doorspelen: als jij niet weet wat je moet schrijven, zeg dan dat je niet weet wat je moet schrijven. En schrijf dan ook vooral niet.
Daar doe je de lezers en recensenten een heel groot plezier mee.

 

Over de auteur

Ik eet geen rode dingen.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.