Vroem vroem zegt mijn auto, terwijl ik hard over de wegen van Nijmegen aan het rijden ben. Toet toet zegt mijn toeter, wanneer ik er hard tegen aan ram. Met een zonnebril op mijn kop rijd ik de stad rond, met het ongeduld van een klein jongetje dat een ijsje wil.

‘Kijk toch eens uit, mongool!’

Een boze mevrouw op een scooter, die vliegensvlug een middelvinger mijn kant op steekt.

‘Ben je helemaal besodemieterd?!’ schreeuwt ze me na met een shag heze stem.

Met een gelukzalige glimlach beantwoord ik het gebaar. Mijn middelvinger brandt in de zon en steekt haast af tegen de blauwe lucht.

Niets maakt me uit: ik heb een auto. Regelrecht de volwassenheid ingeschoten. Het is voortaan negen tot vijf, stropdasje aan en gaan met de banaan. Op weg naar een baard en een vrouw, samen met een paar kinderen. Juut en Juul noem ik ze, mijn vrouw Saskia heeft al een buikje voor de dertigste en onze labrador blaft tegen de postbode aan. Ik krijg nu spontaan al een erectie van alle foto’s die ik dadelijk op Facebook kan zetten, van de drie weken vakantie die ik zal krijgen midden Juli.

Op zondag naar het voetbal.
Op donderdag naar het ballet.
Woensdag moet ik koken.
En s’weekends mag ik met mijn vrouw naar bed.

Eindelijk volwassen.

 

Over de auteur

Een cynische etter met een marginaal gevoel voor humor en literair talent. Houdt van honden, heeft een kat.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.