Ik heb mijn onderbroek in zijn wasmand gegooid. Mijn vieze onderbroek. Eerder propte ik mijn smerige ondergoed na het douchen gewoon in mijn tas. In een zij-vakje met een rits en zodra ik thuiskwam, gooide ik het in mijn eigen wasmand. Ik vond niet dat hij geconfronteerd hoorde te worden met mijn smerige ondergoed.

‘Lieverd…’ hij kwam binnenlopen en krabte op zijn hoofd. ‘Ik ben bezig met de was en…’
‘Ja?’
‘Waarom heb ik nooit was van jou?’
‘Die neem ik mee.’
‘Waarom?’
‘Omdat jij mijn ondergoed gaat verkloten door het te heet te wassen.’

Het was een leugen, maar wat moest ik zeggen? ‘Sorry vriend, maar ondergoed van een vrouw is niet zo sexy zodra het een dag gedragen is.’ Natuurlijk niet!
Hij was het er niet mee eens dat hij mijn ondergoed zou verpesten, en toen was ik de lul: ik moest mijn onderbroek achterlaten.

Ik voelde me als een basisscholier die betrapt wordt in het keukentje van de juffen terwijl ze kaneelpoeder uit een potje eet en daarna straf krijgt. (Gebeurde in 1996. Betrapt door juf Hannie. En in 1998. Betrapt door juf Ingrid. Ik wist van geen ophouden als het op kaneel aankwam).

Het achterlaten van mijn onderbroek voelde precies als die straf. De Man geniet natuurlijk van mijn (schone!) ondergoed zoals ik vroeger deed van kaneel. En als die kaneel plotseling verrot blijkt te zijn, dan is dat zacht uitgedrukt een beetje jammer.

‘Nee! Je gaat het verpesten!’
‘Doe niet zo stom, ik kan heus wel een was draaien!’
‘Maar het is kant, en zo klein. Het kan niet nóg kleiner worden.’
‘Ik. Doe. Voorzichtig.’ Hij lachte me uit. ‘Nou geef hier!’

Met een verslagen gezicht haalde ik mijn zwarte, kanten string uit het zij-vakje van mijn tas. Hij griste het uit mijn handen.
‘Niet in kijken!’
‘Oh jawel hoor, en ik ga er ook aan ruiken.’
‘Nee!’
‘Jazeker wel.’

De Man liep lachend weg naar de wasmachine en daar stond ik dan. Vieze-onderbroek-loos. Voor het eerst sinds ooit had ik mijn vieze onderbroek bij iemand achter gelaten en dat beviel me niet. Het enige voordeel was dat het meteen in de wasmachine zou verdwijnen.

Een aantal dagen later bezocht ik hem weer en daar lag mijn zwarte, kanten string, schoon en opgevouwen op een nachtkastje. Ik vond het belachelijk dat De Man had geprobeerd om een string op te vouwen, maar ik was blij dat de ellende van de vieze onderbroek voorbij was. Onderbroek had het overleefd, ik ook en het belangrijkste: De Man vond me nog steeds leuk. Het leek erop dat zelfs smerig ondergoed hem niet van z’n stuk kon brengen.

En vandaag gooide ik het zelf in zijn wasmand, zonder dat aan te kondigen. Ik liep na het douchen naar zijn wasmand in de slaapkamer en mijn string liet ik er eerst boven bungelen. Toen propte ik hem in de wasmand. Tussen allemaal andere dingen en ik realiseerde me dat dat nergens op sloeg: hij was de enige die de was deed, dus die string zou – waar hij ook in de wasmand lag – echt wel opduiken voor zijn ogen. Daarna legde ik hem bovenop. En toen ergens aan de zijkant.

Jemig. Denk je alles gehad te hebben en dan ga je je zorgen maken over de locatie van jouw string in zijn wasmand.

Ik haalde hem opnieuw uit de wasmand en liet hem daarna weer in de wasmand vallen. Dat vond ik toch iets te aanwezig. Al dat roze kant met bloemetjes, bovenop zijn – voornamelijk – donkere kleding. Het was te veel van het goede.

Hoe lag een string op de meest natuurlijke manier in een wasmand? Ik kon me er geen voorstelling van maken. Opnieuw verschoof ik hem naar de zijkant en ik draaide me om. Als ik al niet wist hoe een string op de meest natuurlijke manier in een wasmand lag, dan zou De Man dat vast ook niet weten. Ik trok de slaapkamerdeur met een trots gevoel achter me dicht.

Ik heb mijn vieze onderbroek in zijn wasmand gelegd. Nu is onze relatie pas echt begonnen.

 

Over de auteur

Ik eet geen rode dingen.

één antwoord

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.