Een week in een klooster, ik leek wel gek. Zo dacht ik vorige week maandag, vlak voor ik weg ging. En ik had daar ook gelijk in: ik was gek! En dat was nou juist de reden dat ik moest gaan.

IMG_0069Ik hield een dagboek bij. Ik had niets anders bij me om te doen, dus met pen en papier maakte ik iedere dag mijn hoofd een beetje leger. Dit resulteerde in 20 kantjes met mijn jongensgekriebel. Hier zal ik je niet mee vermoeien, en ik heb het geprobeerd kort te houden. Laat me je meenemen naar maandag, 9 maart, toen ik met de zenuwen en een te grote rugzak op het perron stond, op weg naar het onbekende.

Maandag, 15:00

Hoewel het leven willekeurig voelt op de meeste momenten, heb ik altijd het gevoel gehad dat sommige dingen voorbestemd zijn, ook na mijn christelijke periode. Om die reden kan ik soms boos zijn op het leven (of wat het ook maar aanstuurt), of er teleurgesteld in zijn.
Ik ben mij vandaag bewust geworden dat dit mijn ego is. “Hoe durft het leven mij dit aan te doen, ik ben toch een goed mens?” roept het. Het is ervan overtuigd dat het het recht heeft om gelukkig te zijn. Of ik het daarin moet volgen voor mijn eigen gezondheid (en in hoeverre), weet ik niet. Ik denk dat dat één van de dingen is die ik hier moet uitzoeken. Een antwoord dat meer vragen oproept is in ieder geval geen doodlopende weg meer.

Ik ging dapper op weg. Voor ik echt weg was, had ik al drie keer in mijn zakken gezocht naar mijn telefoon, die ik niet bij me had. Wat zit dat er ingesleten inmiddels!

Na een reis van ruim twee uur stapte ik uit op een keienweggetje, en belde aan bij de zijdeur van een grote kerk. Na een rondleiding en kennismaking ging ik naar mijn kamer. Daar stond ik dan, als 24-jarig meisje in een eeuwenoud klooster. Alles voelde zo vreemd, maar ik voelde me zelf vooral misplaatst. Hoe moest ik het hier tot zondag uithouden?

19:00IMG_0068

En nu? We hebben net samen gegeten, en ik zoek iets om te doen, maar er is niets. Mijn hoofd zoekt vermaak. Ik zou zo graag even met iemand praten die me kent, maar er zijn hier alleen mensen die zich hetzelfde lijken af te vragen als ik: Wat heeft zo’n meisje als ik hier te zoeken?

Ik ben naar de vergaderzaal gegaan, in de hoop wat gezelschap te vinden, maar ik ben hier nog meer alleen dan op mijn kamer. Één van de tl-buizen is kapot en blijft maar knipperen. Dat is het enige geluid hier. Het klooster wordt ’s avonds alleen verlicht door het kille licht van de nooduitgangbordjes, en alles kraakt en klinkt door. Dit maakt dat de stilte ook gelijk zo’n eenzaamheid mee brengt: als je niets hoort, is er dus ook niemand in de buurt.
Dit wordt één van de moeilijkste dingen die ik ooit heb gedaan.

20:45

Ik haat het hier. Het gebouw is muf, mijn kamer is kil en er hangen vreemde afbeeldingen van mannen met kille ogen. Ik haat de psalmen, de teksten, en de symbolen haat ik nog het allermeest.

Er is nu gelegenheid tot thee drinken in de vergaderzaal, maar ik heb er geen zin meer in vandaag. Ik heb overwogen te gaan, toen ik klaar was met mezelf zielig vinden, maar ik bedacht me dat ik dat alleen zou doen uit beleefdheid, en zodat ik niet zou opvallen.

Dit is stap 1 in het zoeken naar wat ik wil: dit dus niet.

Ik kroop, boos op het leven, onder de vreemde lakens, terwijl twee heiligen mij vanaf een schilderij aan de muur aanstaarden. Ik hoopte maar dat het snel zondag zou zijn…

Dinsdag, 6:30

Ik dacht dat een nacht slaap me goed zou doen, maar ik voel me nog steeds rot. Ik heb hier geen tijd voor mezelf, want de dingen die ik graag doe kan of “mag” ik niet doen. Ik kom hier niet tot mezelf, ik zit met mezelf opgescheept. En dat is goed, denk ik, maar niet leuk.

9:30

Heb ik een keuze in wie ik ben? En als dat zo is, is er dan een goede keuze en een slechte? Is die keuze dan wel iets authentieks, of is het een schijn die je hooghoudt? Of is wie je bent iets dat vaststaat, en waar je dus geen keuze in hebt?

11:00

Hier in de stilte word ik rustig. Zeker in de stilte bij anderen. Samen in stilte eten en drinken is heel waardevol. Even geen masker van gemaakte vriendelijkheid, terwijl ik me eigenlijk heel rot voel. Ik hoef even niemand te spiegelen, en me niet leuker voor te doen dan ik ben. Ik hoef geen pijnlijke stiltes op te vullen, en niet constant op zoek naar iets interessants om te zeggen. Dit zouden mensen vaker moeten doen.

Langzaam vond ik de rust waarop ik had gehoopt. Ik was uit mijn comfortzone, en begon hier te ontspannen. Die avond hadden we onze eerste kerkdienst bij de Clarissen, de zusters uit het klooster verderop.

20:00

Het lijkt me zwaar, zo’n leven als non. Maar op een bepaalde manier begrijp ik het wel. Tientallen keuzes die je in je dagelijks leven maakt, worden je uit handen genomen. Je hoeft niet meer te peinzen over goed en kwaad, want alles is al voor je uitgezocht. Wat jij wil maakt uiteindelijk niets meer uit, en als je in al je keuzes meer last dan lust ziet, snap ik dat non zijn juist bevrijdend kan zijn.

Ik begon te wennen aan de omgeving, en het leven tussen de broeders, in the middle of nowhere. Het leven ging door, en ik moest een manier vinden om erin mee te gaan…

kaartje uit megen

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.