Fotograaf Jeroen Swolfs (41) begon zeven jaar geleden aan een gewaagd project waarvan de omvang voor velen moeilijk te beseffen is. In zeven jaar tijd bezocht hij – op zes na – alle landen van de wereld (198) en maakte daar een foto van het straatleven. Sinds vorige week wordt zijn werk getoond in de Nieuwe Kerk in Amsterdam en verscheen er een documentaire over zijn reis bij National Geographic. Lilyrose was bij de opening van de expositie en sprak de Amsterdamse fotograaf over zijn unieke reis.

‘’Achter elke foto zit een verhaal,’’ zegt Swolfs, terwijl we aan een lange tafel in de Nieuwe Kerk zitten. Op die tafel staan alle foto’s die hij gemaakt heeft, afgebeeld. Bezoekers wijzen naar plekken waar ze geweest zijn, vertellen elkaar verhalen over de straat waar de foto genomen is. “Streets of the world is geen project over gebouwen of iconische plekken. Het is een project over mensen, want de straat is waar mensen elkaar ontmoeten en waar het échte leven zich afspeelt,’’ vertelt Swolfs. Hij vindt het nog steeds gek om alle foto’s op deze manier te zien: ‘’Dit was gewoon mijn leven de afgelopen zeven jaar’’.

myanmar_naypyidaw-1500x1000

Foto: genomen in Myanmar/Credits: Jeroen Swolfs

13318892_10204659809253911_368617900_n

Foto: Een deel van de tafel in de Nieuwe Kerk, waar Swolfs zijn expositie getoond wordt

Swolfs was 34 jaar oud toen hij met het idee kwam om elk land van de wereld te bezoeken en er een foto te maken. Niemand had zo iets gedaan en hij was vastberaden om het te proberen. ‘’Het idee was ook uit nood geboren. De Nederlandse fotografiewereld is lastig. Er zijn veel fotograven en weinig plek om te publiceren. Ik kwam net die markt in toen de digitalisering plaatsvond; opeens kon iedereen fotograferen. Ik moest dus iets unieks bedenken, waarmee ik een sterkere positie kon verwerven in die markt.’’

Hij had toen ook al meteen het idee om per hoofdstad één foto te maken, vanuit dezelfde hoek en om gebruik te maken van dezelfde techniek. “Elke foto is technisch gezien identiek aan elkaar, behalve dat het verhaal erachter iedere keer anders is.’’ Een ander opvallend detail: op elke foto is het lekker weer. Swolfs: ‘’Als het regent is er natuurlijk niemand buiten, dus ik heb wel het mooie weer opgezocht, ja.’’

Een terugkerende factor in de foto’s van Swolfs is de positiviteit. Zélfs in de oorlogsgebieden waar hij is geweest. Een mooi voorbeeld daarvan is de foto die Swolfs gemaakt heeft op het strand in Somalië. Dit is dé plek waar de bevolking samenkwam om even te relaxen en plezier te hebben. Op dat strand werd er, vlak na zijn bezoek, een aanslag gepleegd door terreurgroep al-Shabaab. De volgende dag riep de bevolking op om met zijn allen naar het strand te gaan, om te laten zien dat ze niet geïntimideerd werden door de aanslag. Het was er nog nooit zo druk geweest.

Somalia_Mogadishu

Foto: Genomen in Somalië/Credits: Jeroen Swolfs

Een ander mooi voorbeeld is de foto die Swolfs maakte in Bagdad, Irak. In het door oorlog-verscheurde land vinden nog dagelijks aanslagen plaats. In de documentaire zie je hoe Swolfs in een gepantserd voertuig moet rijden, vergezeld door een aantal bewakers. De sfeer is bedrukkend en Swolfs heeft maar anderhalve dag om de foto te kunnen maken.

‘’Je moet niet eindeloos door Bagdad gaan rijden op zoek naar een mooi plekje. Het was in dit geval belangrijk om research te doen naar een plek waar ik een foto kon maken, vooral omdat ik zo weinig tijd had.’’ Die plek werd de boekenmarkt van Bagdad. Hier vond in 2007 een zware aanslag plaats en in de jaren daarna werd door een wereldwijde community nieuwe boeken ingezameld om hier weer te kunnen verkopen.

Swolfs is ervan overtuigd dat dit geen foto’s zijn die je terug zult vinden in de krant. ‘’In plaats van de negativiteit te tonen, wilde ik de kracht van de mens laten zien. Hoe mensen, samen met elkaar, na iets negatiefs opstaan en doorgaan met het leven.’’ De verhalen achter de foto’s zijn volgens hem niet moeilijk te benaderen. ‘’Ze zijn juist heel toegankelijk.’’

Zeven jaar reizen, betekent ook dat je zeven jaar van huis bent, weg van je familie en vrienden. Het moeilijkste gedeelte van zijn grote avontuur vond Swolfs de eenzaamheid. ‘’Dat was echt het zwaarste element. Niet eens de oorlogsgebieden, want toen was ik nog met mensen, of een gids, tegen wie ik kon praten om de spanning weg te nemen. Maar goed er waren ook iets van vijftig landen waar het ook niet helemaal prettig vertoeven was, en toen was ik wel weer helemaal alleen.’’

Sommige mensen dromen van deze bestemming maar Swolfs wilde er zo snel mogelijk weg: de Bahama’s. ‘’Het was één van de laatste plekken waar ik nog naar toe moest. Op de eerste dag dat ik er was had ik al de foto te pakken. Dat was op een zondag en mijn retourvlucht was pas op donderdag. Ik heb echt mijn best gedaan om daar zo snel mogelijk weg te komen. Dat klinkt gek, maar ik had gewoon geen zin om in mijn eentje op een strand te gaan liggen. Op het moment dat er iemand bij is, vind ik het super leuk. Op het begin had ik het wel mooi gevonden om het eiland te verkennen en nieuwe vrienden te maken, maar er zit gewoon een soort maximum aan. Hoe lang blijf je het nou leuk vinden om met totale vreemden weer maten te worden en diegene waarschijnlijk nooit meer te spreken?’’

13318787_10204659811693972_124347597_n

Zo een groot project gaat hij daarom ook nooit meer aan. ‘’En zeker niet zo lang. Ik heb wel een aantal mooie projecten klaar staan die ook lang duren, maar dan heb ik het over maanden.’’ Ook vind hij het moeilijk om nu de draad weer op te pakken. Swolfs: ‘’Ik dacht dat er niks veranderd zou zijn als ik terug zou komen, maar het blijkt dat iedereen zeven jaar verder is. Everybody has moved on, en ik heb zeven jaar lang in een soort andere dimensie geleefd.’’

Maar, hoe moeilijk het soms ook was, Swolfs heeft er nooit aan getwijfeld om te stoppen. ‘’Ik dacht wel: dit is loeizwaar, maar ermee stoppen? Nee. Je kunt het vergelijken met een topsporter. Iemand wint goud op de 100 meter sprint en iedereen vind het cool, maar je ziet niet dat diegene tien jaar heeft afgezien en getraind  om op dat punt te komen, je ziet alleen maar het resultaat. Het hele afzien hoort er dan gewoon bij, dat is gewoon part of the deal. Ik wist op het begin al dat dit een mega-heftige reis zou worden, maar dat ik hem kon maken was natuurlijk fantastisch.’’

Er zijn nog zes landen waar Swolfs heen moet: Pakistan, Libië, Jemen, Eritrea, Gabon en Equatoriaal-Guinea. Door de onstabiele situaties in deze landen, is het hem nog niet gelukt om er binnen te komen. Maar, door de aandacht voor zijn expositie en de vertoning van de National Geographic documentaire heeft hij  nieuwe contacten gemaakt die hem gaan helpen om zijn project deze zomer nog af te ronden.

En daarna, valt Swolfs dan in een zwart gat? Nee, want de fotograaf is nog niet klaar met Streets of the World. ‘’Dit project moet gewoon de hele wereld over, zodat iedereen die positieve boodschap meepakt. De volgende plek waar het getoond zal worden is een lege garage in de Bijlmer in november. Daar wonen dus wel 150 nationaliteiten. Zo breng je de wereld naar ze toe, want zoveel geld hebben die mensen daar niet om te reizen. Dit is misschien wel de basis van iets dat veel groter kan worden; dat de straat een centralere rol gaat spelen in het leven.’’

 De expositie Streets of our World is nog tot 10 juli te zien in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. De documentaire wordt dit weekend op National Geographic herhaald.

 

 

 

Over de auteur

Wij zijn Lilyrose, een online magazine dat zich bezighoudt met entertainment, lifestyle, liefde en alle dingen die daar tussenin hangen.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.