”Oh mij gottttt!!!” een meisje, enkele meters verderop, springt omhoog vanaf het bankje waarop ze zit. Ze schreeuwt nogmaals iets uit over God. Ik draai mijn gezicht van haar af, steek één hand in mijn zak en in de andere hangt een sigaret die mee bibbert op de kou. Ze zegt nog iets, maar niemand kijkt meer naar haar om. Ze komt naar me toelopen. Ik zie het vanuit mijn ooghoeken.

‘Ik zit hier al een hele tijd op dat bankje, maar er lag gewoon een grote plas kots voor me!’ Het volume van haar stem daalt niet, maar ze staat nu vlakbij me. ‘Oh.’ zeg ik en daarna bedenk ik me dat ik medelevender moet zijn. Mijn voornemen is om warmer te zijn. Als persoon. Maar vanavond was dat op fysiek gebied ook geen overbodige luxe geweest. Ik trek een vies gezicht, seconden nadat ik het had moeten doen, om te laten zien dat ik meeleef met haar.

Het meisje komt voor me staan.

Ze draagt een bontmuts, een lange zwarte jas en ze heeft felrode lippen. Sneeuwwitje, schiet het door me heen.
‘Ga je naar Utrecht?’
Ik schud mijn hoofd. ‘Ik ga naar Zwolle.’

Ze zucht. ‘Ik ga het helemaal anders doen!’
Ik wil dat ze iemand anders uitzoekt om haar voornemens mee te delen. ‘Dit jaar wordt het anders en dat ga ik zeggen ook!’ Ze wiegt van het ene op het andere been. ‘Nee! Ik ga het laten zien!’
Het meisje trekt haar bontmuts van haar hoofd af en schudt haar haren los. Ik vind daar niet zo veel van.
‘Ik ga het hem laten zien!’ zegt ze. En ineens valt het kwartje voor me: ‘Aha! De ex…’ zeg ik.
‘Ja!’

Sneeuwwitje drentelt naar het bord toe en schreeuwt weer: ‘Deze trein hé, die nam ik altijd! Die nam ik altijd voor mijn studie maar dan bleef ik bij hem. De avond. Maar nu is het anders, weetje!’

Voor ik het weet staat ze weer voor me: ‘Nu is het anders! Ik ga daarheen en dan ga ik hem laten zien hoe ik nu ben. Niet zo dramatisch allemaal. Ik ga het laten zien dat al die leugens…’ ze haalt haar neus op. ‘Al die leugens ga ik horen en dan ga ik laten zien dat mij dat niet raakt.’

Ik denk terug aan de keren dat ik dat meisje was en niet wilde zijn. Ik faalde toen. En ik heb zo’n gevoel dat zij het vanavond niet veel beter gaat doen. Het is koud. Het is een nieuw jaar. Ze neemt een trein, misschien wel twee, om hem vlak voor middernacht te laten weten dat hij haar niet meer raakt. En hij zal er als held uitkomen. Wat zal hij zich machtig voelen dat sneeuwwitje ’s avonds op de trein stapt om het met hem ”af te sluiten”.

‘En nu is het vakantie’ zegt ze ‘Dus nu kan ik ook naar een vriendin, weetjewel. Dan ga ik gewoon naar een vriendin en dan hoef ik niet bij hem te slapen, of…’ ze vertoont een gemeen lachje, ‘ik ga gewoon met de laatste trein terug. Hoeft niet!’ ze haalt haar schouders op. ‘Maar als hij zo doet dan doe ik dat dus wel he!’
Ik knik. Ja, dat zal ze noodgedwongen moeten doen als het deze man even niet zint dat ze hem zomaar komt op zoeken.

Maar zij heeft het scenario al in haar hoofd.

Een scenario dat vast en zeker klopt: hij zal sorry zeggen, lief zijn, zij zal blijven slapen en de volgende morgen zal hij een klootzak zijn en zij gaat boos weg. Zonder afsluiting. Omdat ze die afsluiting niet echt wilde.

‘Goed begin van het nieuwe jaar…’ mompel ik en ze knikt. 

Ik hoef niet langer te doen alsof ik een warm persoon ben. Op dit moment ben ik het. Het doet me denken aan de oudejaarsavond, inmiddels vier jaar geleden, waarop ik om kwart over twaalf wegging, omdat er iemand voor mijn deur zat die ik liever wilde zien dan de hele wereld bij elkaar. Ik was compleet in de veronderstelling dat het zo moest, en toen een vriendin van mij me bij mijn schouder pakte en zei: ‘Is dit nou echt hoe je het nieuwe jaar wil beginnen? Met hém?’ knikte ik. Ik dacht dat niemand het begreep behalve ik.

Inmiddels weet ik dat, als je verliefd bent, iedereen het begrijpt behalve jij.

En dat je heel erg goed moet luisteren naar mensen die het begrijpen, zodat je niet op een koude winteravond je huis verlaat om iets ”af te sluiten”. Omdat je alleen afsluiting nodig hebt, als je geen afsluiting wilt.

Sneeuwwitje stapt bij me weg als de trein eraan komt. Ze schreeuwt nogmaals naar me of ik zeker weet of die trein de juiste is en ik wil zeggen dat ik zeker weet dat het niet de juiste trein is. Ik wil haar vragen of ze haar nieuwe jaar wel écht zo wil beginnen. Met hém. Maar ze wacht niet op mijn antwoord. Ze stapt de trein in en loopt naar een coupé.

Het is te laat. Ik zal haar nooit meer zien. Tenzij ik een spiegel krijg waardoor ik vier jaar in het verleden kan kijken.

 

Over de auteur

Ik eet geen rode dingen.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.