Ik vind regels stom, stom en nutteloos. Ik leef het liefst vanuit gevoel, ik creëer het liefst vanuit gevoel. Regels en gevoel gaan niet samen, dat is een conclusie die ik inmiddels wel kan trekken. Er hoeft geen viool onder dat wat ik nu ga zeggen, want het is niet bedoeld om medelijden op te roepen.

Het feit is namelijk dat ik mijn hele leven al hoor dat mijn dromen vanuit gevoel niet kunnen, omdat “het nu eenmaal niet zo werkt.”

Allemaal gebaseerd op regels van mens en maatschappij en nog erger; normen en waarden binnen een heersende cultuur. Hetzelfde geldt in grote mate voor mijn “zijn”; ik krijg mijn leven lang al de bevestiging dat ik anders ben dan de rest, ik ben niet zoals zij. Een zeer beperkt groepje begrijpt wat ik hiermee bedoel, vaak zelf creatief van hart. Zo vind ik geldende regels binnen de kunst het meest nutteloze. Kunst is gevoel en kan geen regels kennen. Dat literatuur pas literatuur is wanneer het voldoet aan regels maakt voor mij dat die literatuur niets meer met kunst te maken heeft en de maker zichzelf al helemaal geen kunstenaar mag noemen.

Waarschijnlijk had deze column, om een column te mogen heten, moeten beginnen volgens een bepaald principe en in een bepaalde structuur. Zonder gevoel, want het gevoel kent geen compromis, nooit. Mijn gevoel heeft geen pakkend begin, noch een doordacht einde. Mijn gevoel laat zich niet sturen of voorspellen. Het laat zich, soms met moeite, enkel omschrijven.

Op dit moment ben ik, zoals wel vaker, geïrriteerd, misschien wel boos. Het heeft alles te maken met een eerder geschreven column “Functionele agressie“.

Ik kan er namelijk niet over uit. In welke sociale werkplaats is het idee ontstaan van die fietsenstallingen met een verdieping?! Het is in werkelijk niets een uitkomst! Het is een start voor een reeks aan problemen die je nooit hadden hoeven overkomen wanneer je naar je gevoel had geluisterd.

Ik heb last van deze fietsenstallingen op het station in Delft, maar ze maken het leven onmogelijk op meerdere plekken in het land. De basis van mijn ongeluk is het feit dat ik de goede burger wilde uithangen en eens niet met de auto, maar met de trein wilde reizen.

Ok… Kan iemand mij uitleggen waarom het reizen met het openbaar vervoer in Nederland structureel aanvoelt als een “self inflicted injury”?

Het voelt alsof je een authentieke LP van The Beatles voor je hebt liggen die je enkel nog op hoeft te zetten, maar dat je (om wat voor reden dan ook) bedenkt dat je ergens in één van de onderste dozen in de schuur nog een bij de Blokker gekregen CD van de Toppers hebt liggen. Je hardop afvragend waarom die niet eens een kans verdient…

Enfin. Je komt een half uur later volledig uitgeput onder de schrammen en blauwe plekken weer de huiskamer binnen strompelen. Met een triomfantelijk gebaar de CD in de Playstation schuivend om er na drie keer vijftien seconden achter te komen dat de Toppers de beste muziek is om te draaien in verband met stervensbegeleiding; wanneer je die pulp hoort wil je heel graag tips en begeleiding om te sterven. Terwijl het bloed uit je gehoorgang op de grond sijpelt probeer je de CD er uit te krijgen, natuurlijk lukt dit niet direct en ook de weg die jij met de CD aflegt richting het grofvuil levert een aaneenschakeling van Naked Gun-momenten op.

Zó, in afgezwakte weergave, voelt het reizen met het OV voor mij. Helemaal vanuit Delft naar de rest van de wereld.

Iedere milieufetisjist zou spontaan in een oude Mercedes diesel gaan rijden wanneer hij of zij vanuit huis met de fiets, via Delft met het OV zou reizen. In de middeleeuwen was er het vierendelen, maar tegenwoordig is het OV een perfecte vervanger als martelinstituut.

Ben ik boos? Ja, best wel. Geïrriteerd was ik al langer, maar nu ben ik boos. Vanmorgen was het namelijk ONMOGELIJK om mijn fiets onder of boven in die vreselijke fietsenstallingen te krijgen. Alles was vol en daar waar ik dacht mijn fiets tussen te kunnen proppen bleek mijn fiets niet passend. Dus ik heb mijn fiets, naast een aantal andere fietsen direct naast het fietsenrek geplaatst. Netjes opgelost, niets aan de hand.

Echter, niet voor de ijverige medewerkers van de gemeente Delft.

Die erg serieus zijn in het handhaven van de regeltjes die ze hebben opgesteld omtrent het door henzelf ontworpen fietsenrek. Ik zal nooit zo ver gaan om mensen die niet beter weten voor van alles en nog wat uit te maken. Vaak maken ze zichzelf al belachelijk genoeg, maar mijn behoefte verschuift toch ietwat wanneer ik last krijg van de achterlijke regeltjes die dit soort figuren (mede-)bedenken en/of uitvoeren. 

Toen ik in de middag terugkwam hing er namelijk een briefje om mijn stuur. 

Een briefje dat symbool staat voor de onlogica en triestheid van gemeentes en uiteindelijk ook bedrijven zoals de NS. Ze wanen zich stuk voor stuk alwetend en veinzen een sociaal gezicht, maar beroepen zich structureel op procedures en regeltjes die per definitie asociaal zijn. Regels en procedures die de door hen veroorzaakte problemen in “goede banen” moeten leiden, enkel in hun eigen voordeel.

Ik hoef niet met de trein en ik word actief gestimuleerd door de NS en de gemeente Delft om dit dan ook niet te doen. Dat is fijn. In de auto kan ik tenminste hard meezingen met mijn muziek en stoort niemand mij tijdens mijn rit door te vragen naar mijn vervoersbewijs. Ook kom ik nergens bezweet en afgeragd aan.

Echter, ik maak mij dan toch zorgen om de mensen die wel met het OV moeten en niet de keuze hebben om anders te reizen. Zij worden blootgesteld aan de toppers van gemeenten en OV en …ach… regeltjes… Misschien houden zij allemaal wel veel meer van regeltjes, want ik weet één ding zeker; ik ben niet zoals zij.

 

Over de auteur

In een onbegrijpelijke wereld doet hij pogingen om het voor zichzelf begrijpelijk te maken, hetgeen al moeilijk genoeg is. Humor is zijn redding; alles is humor, als je je maar lang genoeg verbaasd...

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.