Ik hang achterover op mijn bureaustoel. Ik moet eigenlijk dingen doen, maar die dingen zijn zo saai dat al het andere interessant wordt. Zoals de onderkant van mijn hoogslaper. Ik heb mijn bureau onder mijn bed, en onder mijn matras heb ik een blauwe deken gelegd. Van onderaf heb ik daar neppe waterlelies tussen gestoken. Zo is het net alsof de onderkant van mijn bed een vijver is. Althans, in mijn hoofd wel. Misschien als je niet zo goed kijkt. Ik staar naar de metalen waterjuffer van de Xenos.

Ik denk na over de zin van het leven

Ook dat is interessanter dan wat ik moet doen. En bovendien hoef ik er niet voor te bewegen, en dat maakt het nog beter.
Op dit moment ben ik 16, en heb ik nog niet zoveel om me zorgen over te maken. Behalve mijn cijfers, daar zou ik me wat meer zorgen om moeten maken. Maar dat is nu eenmaal niet zo interessant als bedenken waar we naartoe gaan in dit leven.

Ik ga elke zondag naar de kerk

Toch weet ik niet zeker waar ik in geloof. De ene keer voel ik een sterke aanwezigheid, terwijl ik me het volgende moment kwaad kan maken om wat er in de wereld gebeurt, terwijl er een God is die toekijkt. En vervolgens vraag ik me af of hij er dan wel is, en of hij wel iets kán doen. Bewijs voor Gods bestaan is er niet, niet officieel althans. Je hoort natuurlijk wel eens over bijzondere ervaringen van mensen. Ik denk aan de bijna-dood-ervaringen die mensen hebben. De meeste van deze ervaringen komen aardig overeen. Maar als ze allemaal ongeveer hetzelfde zien… Dat kan geen toeval zijn, toch?

Dan denk ik aan de film die ik zag, over de gereïncarneerde monnik. Nadat de monnik was gestorven, ging zijn trouwste leerling op zoek naar zijn reïncarnatie. Hij vond een klein jochie, dat precies de objecten wist uit te zoeken die van de monnik waren geweest. Het jochie wees met zijn dikke vingertje naar een foto van de monnik en zei ‘Kijk, dat ben ik.’.

Wat is waar, als iedereen roept dat hij gelijk heeft?

loveIn iedere religie kun je vormen vinden van “tastbaar” bewijs, al kun je natuurlijk alles in twijfel trekken. Die mensen die de hemel zagen, zouden kunnen hallucineren in hun laatste momenten van hersenactiviteit. De mensen die engelen en goden zagen, kunnen zo eenzaam zijn geweest, dat een mooi verhaal om een boek over te schrijven hun laatste redmiddel was. En een kind kun je alles influisteren. Dus wat is waar?
Vrijwel alle religies zijn het over twee dingen eens: Je mag elkaar geen kwaad doen, en intenties of gedachten zijn heel krachtig. Ze zijn krachtig genoeg om je lot in het hiernamaals te bepalen, en soms je leven hier op aarde al.

Wat als dat nou de sleutel is: Je gedachten bepalen alles.

Ze scheppen het lot dat je te wachten staat. Wat je gelooft, wordt waarheid. De één gaat naar de hemel, de ander reïncarneert. Bij de één gaat het licht uit, de ander gaat naar de hel. Het is de enige theorie waarin alle andere theoriën zouden passen.

Misschien dat ik dat dan maar geloof: Iedereen moet aardig zijn voor elkaar, en iedereen krijgt gelijk. Het eindigt discussies en oorlogen, want niemand hoeft zijn religie aan een ander op te dringen. Niemand hoeft neer te kijken op andere religies of levensvisies. Doe wat je wil, zolang je niemand kwaad doet.

Maar goed, wat weet ik nou. Ik heb een vijver gemaakt van een blauwe deken en plastic waterlelies.

 

Over de auteur

Koopt alleen blauwe dingen.

2 reacties

    • Esther

      De waarheid is wel te kennen, er bestaat alleen niet één waarheid. Dat is misschien onbevredigend, omdat je dan niet meer de enige bent die gelijk heeft.

      Beantwoorden

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.