Pannenkoeken zijn het meest overschatte voedsel van ons land. De American Pancake trek ik nog wel, want die heeft smaak en structuur. De Hollandse pannenkoek daarentegen staat voor mij symbool voor kleurloosheid. De meelgeworden saaiheid.

Er bestaat zoiets als “De bond tegen het vloeken”. Ik zou best voorzitter willen zijn van “De bond tegen pannekoeken” en dat we dan boze brieven gaan sturen naar televisieprogramma’s die de pannenkoek promoten. Ook Studio Sport zal er aan moeten geloven; steeds wanneer er bij het wielrennen een slappe renner wordt aangeduid als pannenkoek – op zich een terecht gebruik van het woord – dan zal er een brief volgen met daarin de mededeling dat “De bond” daar niet van gediend is.

De vraag is gerechtvaardigd waarom ik zo over pannenkoeken denk. De standaardreactie van mensen is: “…Maar pannenkoeken zijn toch lekker? Wat is er mis met pannenkoeken?”

Precies! Juist dat is het probleem. Juist dat is de kern. Er is inderdaad in basis niets mis met pannenkoeken, pannenkoeken zijn zo neutraal dat je er eigenlijk niets op tegen kunt hebben. Dus is het per definitie niet mogelijk om iets neutraals als “lekker” te bestempelen. Misschien zegt dat nog het meest over de smaakbeleving van de gemiddelde Nederlander. Generaties die gewend zijn geraakt aan karton-en-klaar maaltijden.

Ik kan werkelijk niets opnoemen dat in combinatie met pannenkoeken, of zelfs met het woord pannenkoek, een positief gevoel bij mij oproept.

Als eerste het liedje over Elsje Fiederelsje; het liedje is in de jaren vijftig geschreven door – ogenschijnlijk – de eerste LSD-gebruiker… Er is werkelijk geen touw aan dat liedje vast te knopen. Ik zou aan elke zin een stukje kunnen wijden, maar de combinatie: “Moeder bakt pannenkoeken, maar(!) het meel is zo duur.” Dus? Bakt ze nu pannenkoeken zonder meel? In die tijd hadden ze namelijk nog geen varianten zoals speltmeel. Dus moeder bakt pannenkoeken zonder meel. Wat dan overblijft is melk en eieren… Dus eigenlijk bakt moeder omeletten..? Dat zou veel logischer zijn: “Moeder bakt omelleten, want(!) het meel is zo duur.”

Sowieso slaat het klagen over de kosten van het meel nergens op wanneer daarna de overvloed aan stroop en rozijnen wordt bezongen.

De pannenkoekenboot, de pannenkoekensalon, noem maar op; dit soort plekken trekken instant het bloed uit je systeem. Een complete overdaad aan extreme prikkels. Gillende en/of krijsende kinderen, in carnavalskledij uitgedost personeel vervolmaakt met een chagrijnig hoofd en als klap op de vuurpijl de vaders. Vaders die totaal tegen hun zin mee zijn gegaan. Stuk voor stuk zijn ze zich collectief bewust van het feit dat op datzelfde moment Studio Sport nèt begonnen is.

Ook vind ik het, persoonlijk, niet culinair verantwoord wanneer een puber van 16 mijn eten bereidt. Ik weet zelfs niet of het “met een een douchekop beslag in een pan kwakken” als bereiden gezien kan worden…

Mensen die zeggen dat ze van pannenkoeken houden zeggen eigenlijk dat ze van vet en suiker houden.

Want dat is het. Een pannenkoek is alleen “lekker” wanneer er suiker of stroop op zit en het liefst veel. Ook de hartige varianten vinden veel aftrek. Niemand vindt een pannenkoek “met niks” lekker. Zeg dan; ik houd van stroop met suiker en het maakt mij niet uit wat daaronder zit.

Er zijn mensen die dan zeggen dat dit niet klopt en dat een koude pannenkoek de volgende dag uit de koelkast heerlijk is zonder stroop of suiker. Oké… Oké, misschien klopt dit, maar ik gok dat je dan eigenlijk zegt; ik vind de geurtjes en de zich-aan-het-eten-hechtende bacteriën uit mijn te-weinig-schoongemaakte-koelkast eigenlijk heerlijk smaken.

Ik kan nog wel uren doorgaan met negatief pannenkoeken gevoel.

Oké, dan één positief beeld: kleine kinderen die genieten van pannenkoeken met stroop en suiker. Om twee redenen. Ten eerste maken ze er geen geheim van dat het hen om de stroop en suiker gaat. Ten tweede: omdat ze nog geen ontwikkelde smaakpapillen hebben.

Of toch wel… Zijn die van hen nog niet aangetast door drogredenen en onzinnige volwassen overtuigingen?

 

Over de auteur

In een onbegrijpelijke wereld doet hij pogingen om het voor zichzelf begrijpelijk te maken, hetgeen al moeilijk genoeg is. Humor is zijn redding; alles is humor, als je je maar lang genoeg verbaasd...

één antwoord

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.