De Nederlandse taal is moeilijk. Gisteren vroeg ik iemand hoe laat hij weg zou gaan en toen kreeg ik het antwoord dat hij ”op tijd” weg zou gaan. En op zo’n moment gaat het in mijn hoofd mis op twee punten:

  1. Ik neem aan dat je op tijd weg wilt, want anders ben je te laat.
  2. Wat is in hemelsnaam ‘op tijd’ als het al vier uur in de middag is?

Ik ken het ‘op tijd weggaan’ wel van mensen die iets met me proberen af te spreken. Dan zeggen ze: ‘Wil je mee naar de Jammarkt in Neede?’ En zodra ik dan ‘ja’ heb gezegd, krijg ik standaard een ‘maar we gaan wel op tijd weg hoor.’
Die op tijd is voor mij duidelijk: het betekent dat ik niet tot elf uur in bed mag liggen, omdat de mensen met wie ik ga er dan al willen zijn. Maar op tijd wordt een heel ander verhaal als het midden op de middag is, of als ik niet weet wat iemand gaat doen en hoe lang hij daarover doet. Ik worstel altijd met de volgende dingen:

”Ik wil een beetje op tijd bij je zijn.”

Hier gaat het ook mis: ”een beetje” en ”op tijd”. Wat wordt er mee bedoeld? Dat iemand wel op tijd is, maar niet zo op tijd dat ik denk dat het op tijd is, maar wel op tijd genoeg om met zekerheid te zeggen dat hij niet te laat is? Is ”een beetje op tijd” dat je nét op het nippertje binnen komt vallen? Of is ”een beetje op tijd” meer een: ik ben er om tien uur ’s morgens en dat betekent dat het op tijd is, maar niet extreem vroeg in de ochtend?

”Ik moet wel op tijd weer weg.”

Ook hier: duizend opties. Als jij de volgende dag moet werken, dan snap ik dat je niet tot vijf uur ’s ochtends kunt doorgaan. Maar jouw ”op tijd” is niet mijn ”op tijd”. Als ik de volgende dag iets moet doen, dan betekent mijn ”op tijd weer weg” dat ik om twee uur ’s nachts in bed wil liggen, maar inmiddels ben ik erachter dat dat voor veel mensen niet opgaat. Die denken meer aan elf uur. Of sommige zelfs half tien. Hun ”op tijd weer weg” is mijn begin van de avond. Ik zou zó graag willen dat het wat concreter was.

En neem de situatie waar ik gisteren in werd gegooid:

”Ik ga op tijd weg.”

Ik wist dat hij in Nijmegen moest zijn, maar hoe lang dat reizen is en wat als op tijd telt wanneer het al vier uur ’s middags is, dat wist ik niet. En daarom vroeg ik: ‘Wat is op tijd?’
‘Ja, uiterlijk om zes uur in Nijmegen.’ antwoordde hij.

De ”ja” geeft aan dat ik zeur. Dat ik hoor te weten dat dat op tijd is. Maar wat ik niet weet is hoe lang hij erover reist om van Deventer naar Nijmegen te komen. En gaat hij met de auto of met de trein (ook een verschil qua tijd) en waarom is zes uur vandaag op tijd, terwijl het morgen misschien te laat is?

De Nederlandse taal heeft moeilijke uitdrukkingen. Er is geen touw aan vast te knopen en je moet zelf maar een beetje inschatten wat er die dag precies geldt. Op tijd is tijdsgebonden en kan net zo goed iets anders betekenen. Dat weet je pas in de loop van de week… En de loop, wanneer begint die dan? 

 

 

Over de auteur

Ik eet geen rode dingen.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.