Jessica Soffer is een succesvolle auteur die woonachtig is in New York. Ze geeft les op het Connecticut College en schrijft korte verhalen die onder andere werden gepubliceerd in The New York Times en Vogue. Haar debuutroman draagt de titel Als de abrikozen morgen bloeien, een Arabisch gezegde dat vrij vertaald ‘misschien morgen’ betekent. Met het boek combineert de auteur haar twee passies, koken en schrijven, dat resulteert in een prachtig verhaal.

Victoria is een weduwe die het gemis van het kindje dat zij heeft afgestaan voor adoptie maar moeilijk een plaats kan geven. Ze besluit na het overlijden van haar man alsnog op zoek te gaan naar het meisje dat al die jaren in haar leven ontbrak. Lorca is een veertienjarige puber die op zoek is naar de warmte van een thuis. De warmte die haar eigen moeder haar nooit heeft kunnen geven. Als Lorca gaat speuren naar een recept om haar moeder gelukkig mee te maken, komt ze terecht bij Victoria. Al snel ontstaat er een hechte band en zien ze de gelijkenissen in elkaar. Dat kan geen toeval zijn, toch?

Als de abrikozen morgen bloeien wordt verteld vanuit Lorca en Victoria die in compleet verschillende fases van hun leven zitten. Jessica Soffer heeft beide personages vloeiend, realistisch en herkenbaar neergezet. Het boek opent met een heftige scene over Lorca en gaat daarna snel over naar Victoria, die de laatste dag met haar man beleeft. Ondanks heftige onderwerpen als verlies, rouw en eenzaamheid, vertelt Als de abrikozen morgen bloeien ook een verhaal over hoop en familieliefde. unnamed

Jessica Soffer kent haar personages door en door en doet de lezer daarmee een groot plezier. De spanningsboog is constant aanwezig, maar wordt verzacht door gekke typetjes als Dottie, de bovenbuurvrouw van Victoria, die constant op het verkeerde moment haar entree maakt.

Naast de hoofdlijn in het verhaal, vinden we ook subtiele zijlijnen die het boek louter ten goede komen. Als de abrikozen morgen bloeien zit briljant in elkaar. Ieder attribuut, iedere zin die gezegd wordt en ieder personage blijkt zeer waardevol en onmisbaar voor het complete verhaal.

Plottwists, zoals we die vinden in Als de abrikozen morgen bloeien, zien we maar zelden zo goed uitgevoerd terug binnen het feelgoodgenre. Het kraakt de hersenen van de lezer, zonder ingewikkeld te worden. Tijdens de laatste honderd pagina’s van het verhaal zal de lezer nog geen idee hebben waar alles nou zal eindigen voor Victoria en Lorca. Blijven ze, ondanks de moeilijkheden, bij elkaar? Komen ze hier ooit nog uit? Of zal het boek worden dichtgeslagen met een onvoldaan gevoel? Alles lijkt immers mogelijk te zijn.

Dat laatste blijkt het leukste aan Als de abrikozen morgen bloeien. Het verhaal is dusdanig realistisch dat de lezer meermaals dezelfde steken van teleurstelling voelt als Victoria en Lorca. Jessica Soffer is een goede verteller die nooit iets op een droge manier uitdrukt. Haar verhaal zit vol met prachtige metaforen en vergelijkingen. Ze wekt sympathie op voor de personages en verliest hun einddoelen niet uit het oog. Als de abrikozen morgen bloeien is heftig, prachtig en realistisch. Deze roman verdient een plaats in de boekenkast van alle lezers. En niet ‘misschien morgen’, maar vandaag.

 

Deze recensie verscheen eerder op Hebban.nl

Over de auteur

Ik eet geen rode dingen.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.