‘Godverdomme. Zelfs hier kunnen we het niet over eens zijn.’ zeg ik terwijl we de straat oversteken. Het is lekker weer, of, zoals George het al twee dagen noemt, ”te warm”. We hebben net een smoothie gehaald. Hij een rode, ik een gele. Ik eet of drink geen rode dingen. En ik vind meloen vies. George houdt van meloen. En hij drinkt rode dingen. 

Eigenlijk best bijzonder hoe je kunt klikken met iemand waar je eigenlijk helemaal niets mee deelt. Ik wist dat overigens vanaf het begin al, dat we niets deelden.

Toen ik hem ontmoette, praatte hij over dj’en. Hij vond dat hij muziek maakte. Ik vond dat hij zijn mond moest houden en dat je niet mag zeggen dat je muziek maakt als je twee plaatjes in elkaar kunt laten overgaan. Daarna liet hij horen wat hij dan deed – keiharde housemuziek – alsof me dat van mening zou doen veranderen. Deed het niet. Sterker nog, het was een punt dat mijn argument versterkte.

Die avond was ik, denk ik, vervelend naar hem toe. Onaardig.

Ik begreep niks van hem, maar ik vond hem wel heel erg leuk. Ik werd vrolijk van hem. Het klinkt heel erg cliché, maar af en toe kun je het geluk hebben dat je iemand tegenkomt die zo’n leuke lach heeft, dat je besluit dat dat de persoon voor jou is. Ik begreep wel dat dat een onmogelijk ding was, want iemand die zo sprankelt hoor niet bij iemand die zelfs als je haar oppoetst nog dof is. Wellicht was het om die reden dat het zo lang duurde voordat hij wilde afspreken. Uiteindelijk kreeg ik hem wel zo ver.

Op de eerste avond kwamen we er al achter dat we compleet anders zijn in alles. Bedenk het maar en hij denkt er anders over dan ik. Ook qua persoonlijkheid kunnen we niet meer verschillen, maar het gaat toch hartstikke goed.

En ik kan het niet laten om na te denken waarom het dan in hemelsnaam zo goed gaat.

Het antwoord is eigenlijk heel simpel: we zijn compleet verschillend, we denken compleet verschillend en we handelen compleet verschillend, maar onze normen en waarden, onze ideeën over religie of politiek en over wat we verwachten komen compleet overeen. Dan kun je nog zo verschillend zijn, maar de kern is hetzelfde.

We stuitten niet op enorme vraagstukken omdat we hetzelfde over die belangrijke basis denken. Als dat niet zo zou zijn, dan hadden trivia als persoonlijkheid en secundaire behoeften overeen kunnen komen, maar dan zou er iets grandioos ontbreken. Iets waar je keer op keer gezeik over hebt.

Dat gebeurt hier niet. Ik begrijp dan misschien helemaal niks van hem, ik erger me dood dat hij altijd ”die” zegt in plaats van ”dat” en ik snap niet waarom hij naar feestjes moet, maar het zijn geen redenen om bij iemand weg te gaan. 

 

En nu lopen we met onze gekleurde smoothies door de stad. De stad waar hij een jaar geleden voor mij naartoe verhuisde alsof het niks was. En weer zijn we het niet eens. Ik vind het nog een beetje koud buiten, George heeft het zo warm dat hij elk moment kan omvallen.
‘Godverdomme. Zelfs hier kunnen we het niet over eens zijn.’ zeg ik als we de straat oversteken en hij me aan mijn arm terugtrekt.

George heeft verkeersinzicht. Ik niet.

 

 

Over de auteur

Ik eet geen rode dingen.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.