Een keukenprinses ben ik niet. Het is niet zo dat ik niet kan koken, iedereen kan koken. Tenminste, iedereen die kan lezen, kan ook koken. Het volgen van een recept is niet zo moeilijk, als je het tenminste rustig opbouwt en niet meteen begint aan hertenbiefstuk voor je eerste avond in het studentenhuis.

Ook ik heb leren koken. Mijn eerste kookboeken waren een kookboek van Fokke en Sukke, en een heel oud kookboek dat mijn moeder kreeg toen zij uit huis ging. Dit kookboek kwam ergens uit de jaren 80, en had alle kookinformatie die mensen zonder internet nodig hebben. Hoe lang kook je een bloemkool, hoe klop je een ei op, en hoe bak je een aardappel? Voor de overige vragen had ik natuurlijk het internet, of nog beter: mijn moeder.

Inmiddels gaat het aardig. Maar leuk vind ik het nog steeds niet. Zeker niet als ik recepten heb waar ik veel tijd aan kwijt ben. Daar heb ik gewoon het geduld niet voor. Het liefst maak ik maaltijden waarbij je wat dingen in een pan gooit, en er dan bij wegloopt. Zoals stamppot, stoofvlees of soep. Dat laatste is bij mij echt favoriet.

Soep is geweldig.

Het is bijna niet te verpesten: aanbranden lukt je alleen met grote moeite en slap koken is meestal juist de bedoeling. Daarom maak ik vaak soep als er veel mensen op bezoek zijn, zodat ik maar heel even in de keuken hoef te staan en daarna gezellig kan doen. En het mooiste: mijn zusje is absoluut geen soepliefhebber maar als ze komt eten, vraagt ze vaak of ik deze soep wil maken. Dus bij deze, voor alle keukenklunzen: de beste soep ever, volgens mijn zusje.

Ik gebruik dit recept vaak als er veel mensen komen, maar hier is het recept aangepast voor 2-3 personen:

Ingrediënten:

  • Een zakje soepgroenten (200-300 g)
  • Verse soepballetjes (bij het verse vlees)
  • 1 mergpijp/schenkel (ook bij het verse vlees)
  • 1 zakje tortellini
  • bouillon
  • peterselie (vers of gedroogd)

Doe genoeg water in de pan zodat het vlees onder staat. Laat eerst het soepvlees en de bouillon koken tot het vlees gaar is. Doe daarna meer water in de pan en gooi de tortellini, peterselie en de soepgroenten erbij en kook het tot de tortellini gaar is. Vis de schenkel of mergpijp eruit voordat je de soep serveert. That’s it! Simpel, toch?

En voor alle keukenprinsessen die nu roepen: ‘Oooh maar die soepballetjes, die maak ik altijd zelf! Dat is véééél lekkerder…’. Stop. We gingen niet moeilijk doen, dat was nu juist het punt. Bovendien, ik heb helemaal het geduld niet om kleine balletjes te draaien van vlees. Dan drijven er bij mij gegarandeerd 5 kleine balletjes in de soep, en 4 ballen gehakt.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.