Zijn pootje ligt op zijn opgezette buik, zijn ogen kijken naar het scherm. Een half vol blikje Bavaria staat geopend op tafel en Voetbal Inside schreeuwt vanuit de televisie – Johan Derksen maakt een grap, maar niemand in de zaal lacht. De woonkamer blijft stil.

We zeggen niks meer tegen elkaar. Dat doen we al lang niet meer. Tijdens het eten niet, of wanneer we samen op de bank zitten. Woorden worden tussen ons niet meer gewisseld maar ingeslikt, stilte heerst in een huis vol met mensen.

In bed raakt hij me niet meer aan. Hij blijft aan zijn kant van het bed liggen en waar eerst een warmte bestond, is nu alleen nog maar kilte te vinden. Ik kijk voor me uit, naar het plafond, terwijl ik hem rustig in en uit hoor ademen. Ik wil hem aanraken maar ik blijf roerloos liggen, en kijk voor me uit.

Ik weet dat hij andere adresjes heeft, dat hij alle deuren afgaat. De verhalen hoor ik wel, hoewel ze niet direct tegen me worden gezegd. Soms, heel soms, ben ik bang dat er opeens iemand voor de deur zal staan, met een bundeltje in de hand en een beschuldigende vinger die naar me toe wijst. Ik vrees voor die dag die nog komen gaat.

Johan Derksen maakt een grap, maar niemand lacht. Ik neem een slokje van het bier, terwijl hij opgekrult op de bank ligt. Ik zit te twijfelen om iets te zeggen, hem te vertellen hoe ik me voel, met de hoop terug te gaan naar de gesprekken en gevoelens van vroeger.

Ik kijk hem aan, maar ik zeg niets. Want alleen gekke mensen praten met hun kat.

Over de auteur

Een cynische etter met een marginaal gevoel voor humor en literair talent. Houdt van honden, heeft een kat.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.