Voor diegenen die het niet weten: ik ben een hypochonder. En dat bedoel ik niet grappig, ik gebruik het niet als mode-term en het is niet dat ik daar maar af en toe last van heb. Ik ben een full time hypochonder die altijd wat heeft en altijd in angst leeft.

Gelukkig kan ik daar aardig mee omgaan. Dat houdt in dat ik wel de hele dag stress, maar dat ik niet de deur van de dokter platloop. Het houdt in dat ik mijn paniekaanvallen kan verdragen, dat ik niet als een bezetene op Google mijzelf een diagnose geef (oké, soms wel) en dat ik mensen die dichtbij mij staan, niet probeer lastig te vallen met mijn stoornis.

Twee jaar terug had ik een huisgenoot die, zacht uitgedrukt, wat minder goed functioneerde. Een hypochonder volgens het boekje. Ieder krampje was reden om de huisartsenpost te bellen. En dat deed ze dan ook, of het nou middenin de nacht was, of op het begin van de avond: het maakte haar allemaal niet uit. In de eerste twee weken dat ik daar woonde, had ze al drie avonden bij de huisartsenpost gezeten en er moest altijd iemand mee. Ze kon mensen die ze amper kende schaamteloos opbellen omdat ‘’er iets aan de hand was’’. En iedereen geloofde haar.

”Ik ben echt ziek”

Ik legde haar uit dat – hoe vervelend het ook is – ze nooit de geruststelling zou vinden die ze zocht. Zij rolde met haar ogen: ‘Ik hoef geen geruststelling, ik ben écht ziek maar niemand gelooft me!’
Daarop volgde een enorme huilbui.

Al gauw was ik het meisje dat elke week wel een keer of twee bij de huisartsenpost zat. Ze belde op met haar klacht, ze mocht nooit alleen komen en mijn avonden die eerder gevuld werden met ”eigen schrijfwerk voor de hobby” en een lekker glaasje wijn, werden avonden waarop ik lang wachtte bij de huisartsenpost om een diagnose te krijgen die ik haar ook wel had kunnen geven. Ik baalde daarvan.

Samen naar de afgrond

Op een gegeven moment liep de situatie uit de hand. Ik ging van persoon die mee moest naar de huisartsenpost, naar persoon die daarnaast vaak middenin de nacht werd wakker gemaakt, omdat mijn huisgenoot doodging. En ik begreep dat. Als je middenin de angst zit, dan is het enorm moeilijk om dat zelf te verdragen, maar het is wel noodzakelijk dat je dat doet. Ik begreep het écht, maar een hypochonder die een andere hypochonder moet vertellen hoe het werkt is als een blinde die een andere blinde bij de hand neemt: je loopt samen naar de afgrond.

Het roer moest om. Niet alleen dat van haar, maar ook dat van mij. Door het gebrek aan balans in mijn leven, werd ik steeds labieler. Ik kreeg steeds meer klachten en dat is een teken dat je beter voor jezelf moet zorgen. Voor je het weet ben je zelf ook terug bij af en dan moet je egoïstisch zijn. Maar wel op een humane manier. Helaas ontbrak dat laatste stukje bij mij.

Moe & Egoïstisch

Twee nachten na ons laatste spoedpost bezoekje was het weer raak. Om vier uur werd er op mijn deur gebonsd (inmiddels had ik een slot op mijn deur, want wakker worden naast een trillend, hysterisch meisje is niet altijd even relaxed). Ik hoorde mijn naam gedempt, maar alsnog overduidelijk door de deur komen. Ik moest open doen en dat deed ik. Ik had namelijk een nieuwe methode: erkennen dat het vervelend is, vertellen dat ze moest kalmeren en daarna terug naar haar kamer sturen om het alleen te verdragen.

Maar mijn geduld was op. Ik was moe, ik was chagrijnig, ik wilde niet een half uur praten met iemand terwijl ik zelf om zeven uur moest opstaan voor een afspraak en ik wilde ook niet meer doen alsof ik het vervelend voor haar vond. Op dat moment vond ik het vooral vervelend voor mijzelf. Hypochonders zijn egoïstische mensen en ik ben geen uitzondering op die regel.

”Ze heeft niks!”

Ik werd boos, riep haar tot de orde, wat – zoals verwacht – averechts werkte. Ze belde huilend en hyperventilerend de huisartsenpost op en ik draaide me op mijn zij. Ik deed niet meer mee met haar. Punt.
De telefoniste vroeg of er iemand mee kon komen en ik vloog rechtop in bed: ‘Nee. Want ze heeft niks!’
Het meisje op mijn bed en de telefoniste vielen beiden stil. Zo! Dacht ik. En nu oprotten.

De ochtend erop voelde ik me al schuldig, maar ik was zelf ”vol”. Sterker nog: in die anderhalve maand daar stroomde ik over. Ik heb al genoeg aan mijzelf en het zorgen voor iemand kan ik er niet bij hebben, hoe lullig dat ook klinkt.

Gelijkwaardigheid

Er wordt vaak lacherig gedaan over hypochondrie en ik moet toegeven dat ik mezelf ook altijd uitlach. De ene dag heb ik kanker, de andere dag heb ik een allergische reactie, dan heb ik een hartziekte en dan ben ik plotseling psychotisch. Het is niet niks om dat elke dag te moeten verdragen, maar ik lach er sinds enkele jaren om. Dat moet ook, want anders zul je nooit een gelijkwaardige relatie met je partner, je vrienden of jezelf hebben.

Dit meisje heb ik, nadat ik uit huis ging, nooit meer gesproken. Ik ben niet benieuwd hoe het met haar gaat. Ik vraag me ook niet af of ik misschien verkeerd gehandeld heb.

Hypochonders zijn egoïstische mensen en ik ben geen uitzondering op die regel.

 

Over de auteur

Ik eet geen rode dingen.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.