‘Wat heb je een leuke jurk aan. Had je wat bijzonders vandaag?’ vraagt ze.
‘Een bijzonder slechte dag, ja.’
Ze glimlacht breed. ‘Aha.’

In de ideale wereld hadden we elkaar nooit ontmoet. We wonen niet bij elkaar in de buurt, hebben niet dezelfde interesses en ik ga niet meer naar de kerk. Op straat waren we elkaar compleet voorbij gelopen. Maar we wonen niet in een ideale wereld.

Ze was de eerste die door mijn zorgvuldig opgebouwde zelfhaatmuurtje brak. De constructie die ik had gebouwd waardoor altijd alles mijn schuld was, en ik alles moet oplossen. Wat een handjevol psychologen niet lukte, deed zij in de eerste sessie. Simpelweg door te luisteren, en te zeggen ‘Eline, wat erg voor je dat je dit hebt meegemaakt. Dat had je niet verdiend.’

Daar zat ik dan, helemaal uitgedost, want ik ben het type dat op haar counselor nog indruk probeert te maken. Ik veegde de mascaratranen van mijn wangen. Na het verdriet kwam boosheid, en voor het eerst eens niet op mijzelf gericht.

Ik heb de slachtofferrol altijd verworpen. Ik moest mezelf niet aanstellen. Andere mensen hadden het erger. In een hoekje zitten huilen levert niets constructiefs op. People are dying, Eline.

Al die jaren zocht ik de oorzaak bij mezelf. Ik was een lastige puber. Ik ben lui. Ik ben egoïstisch. Ik ben zwak, afhankelijk, onvolwassen. Ik had zelf mijn ruiten ingegooid. En hoewel dat waar was, leidde het alleen tot een situatie waarin ik niet met mijzelf kon leven. Er was geen ruimte voor verdriet over de keren dat ik bang was geweest, was gekwetst en klein gehouden. De woorden die me al die jaren in waren gefluisterd door een ander, waren mijn eigen woorden geworden: ‘Je kan het toch niet.’

Een gekke vicieuze cirkel is het, waar je dan in terecht komt. Je hebt een slechte gewoonte, en iedere keer dat die terugkomt raak je teleurgesteld in jezelf. Vervolgens haal je jezelf zo hard naar beneden dat je niet gelooft dat je de kracht hebt om te breken met de slechte gewoonte. En dat zorgt ervoor dat je de slechte gewoonte niet weet te doorbreken en je in een soort cirkeltje komt waar je jezelf steeds stommer gaat vinden.

Huilen in een hoekje is niet persé constructief. Maar alleen als je soms even om jezelf kunt huilen, kun je van jezelf houden.

Ze kijkt me aan. ‘Wat ben jij sterk geworden,’ zegt ze stralend.
‘Ik kan het nu zelf, denk ik,’ antwoord ik.
‘Dat denk ik ook.’
‘En als het moeilijk wordt, trek ik een mooie jurk aan.’
Ze lacht. ‘Ja, en als dat niet werkt, bel je mij.’

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.