Het was warm die dag, die zondag. Een verstikkende hitte had zich van de lucht meester gemaakt, op een manier dat elke Nederlander het per se nodig vond om erover te moeten zeuren, zoals Nederlanders dat altijd doen, wanneer het weer net té koud of net té warm is voor hun smaak. Maar goed, het was warm, dat moet ik wel eerlijk toegeven; het was een dag waar je alleen nodeloos op de bank wil gaan liggen en geen spier wilt verroeren, een dag waarin je lui de uren en minuten voorbij wilt zien glippen, voordat de nieuwe dag weer gaat beginnen, die hopelijk verkoeling zal brengen.

Ik had vandaag besloten dat juist niet te doen. De hele dag had ik mezelf al op zitten vreten en zat ik tegen de dag erna op te kijken. Deze dag, deze warme dag, was namelijk een zondag – een dag waar ik een speciale hekel aan heb gekregen sinds dat ik ben gaan werken. Wat een zondag zo zonde maakt, is het feit dat er een maandag achteraan is geplakt: een dag, dat het ‘echte werk’ weer moet beginnen. Een dag dat ik mezelf wederom uit bed moet sleuren, op de fiets moet hijsen en naar mijn baantje toe moet trekken, om daar mijn uren als loonslaaf weg te slijten, alleen zodat ik aan het eind van de maand genoeg centjes heb om mijn dingen te kunnen betalen.

Een beetje jammer, al zeg ik het zelf.

Vroeger was dit anders, en met vroeger bedoel ik de tijd dat ik nog studeerde. Ik noem die tijd, zoals ik veel periodes van vroeger noem, de ‘lui-lekker-tijd’: een plek waar er nog geen grote zorgen in mijn leven bestonden, een tijd toen het leven nog een stuk gemakkelijker was, in ieder geval naar mijn idee. Een mooie, maar compleet onrealistische herinnering natuurlijk, iets wat eerder is gebaseerd op mijn gevoel van nostalgie dan iets anders. In de ‘lui-lekker-tijd’ werkte ik in de horeca, elke zaterdag en zondag. Ik werkte in een klein restaurant in Veghel, een klein, fijn plekje waar ik wat extra geld kon verdienen tijdens mijn studie. OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Naast mijn werk, was het ook een goede plek om mijn maandag in te luidden: het was het einde in plaats van het begin van mijn werkweek, vaak in de vorm van een na-borrel. De dag erna moest ik weer naar mijn lessen toe, terug naar mijn luizenleventje als student. Nu is dat veranderd: zondagen zijn niet meer de dagen dat ik alles kan doen, nee – de gedachte ‘dat ik morgen fit moet zijn’ hangt als een schaduw over mijn laatste vrije dag heen. Er zit zelfs een soort druk op, waardoor ik niet van de dag kan genieten, maar eigenlijk alleen aan het wachten ben op de bank, terwijl ik de uren voorbij zie tikken.

Maar, vandaag had ik daar geen zin in. Ik wilde iets doen; het gebruikelijke patroon doorbreken, de onprettige afsluiting veranderen naar een mooi einde en de maandag opwachten in plaats van af te wachten. Ik besloot daarom een wandeling te maken. Een wandeling waarin ik wel zou zien wat ik zou tegengekomen, waarin ik elk pad zou nemen waar ik zin in had en zou zien waar ik terecht zou komen. Gelukkig was het die avond goed afgekoeld, dus ik zou niet elk greintje vocht kwijtraken dat ik in mijn lichaam had.

Ik liep de deur uit, gewapend met mijn zonnebril op mijn neus, een tas vol met gezonde snacks in mijn rugzak en mijn muziek op standje ‘smoothjazz’. De zon scheen in mijn ogen terwijl ik de straten af liep, langs mensen die doorliepen, families die rustig voortsjokten of blije koppeltjes die hand in hand langs mij heen schuifelde. Ik liep een straat door waar natte was hing te drogen, vastgemaakt aan haken die van beiden kanten van de straat aan de ramen hingen; er hingen natte onderbroeken, shirts en broeken aan. Ik liep langs mooie huizen en lelijke huizen, die bomen en groen in de tuin hadden staan, of juist niks, of een afgetrapte fiets of twee. Ik zag lege huizen; leeg van leven of huizen juist vol ervan, met mensen, honden of katten, of andere dieren, in een hun eigen kleine levenstoneelstukken. Ik zag twee mensen uit een raam hangen die in de zon een sigaretje rookte; ze keken me na terwijl ik de straat afliep – ik dacht erover na om te zwaaien, maar ik durfde het niet.

Ik was een observeerder, een Google Maps auto die met zijn speciale bril door de straten heen wandelde en een klein moment van het leven van talloze mensen meenam in zijn reis; ik zag een wereld vol met universa voorbij komen, met daarin elk persoon als zijn hoogst persoonlijke middelpunt – het middelpunt van zijn eigen wereld.

Uiteindelijk kwam ik in een park aan.

Het was ondertussen laat geworden, rond een uur of tien. De zon was verdwenen achter de bomen, de avondschemering had zijn intrede gemaakt – een kalmte leek over het park te zijn heen gevallen. Het was rustig. Een paar meter verder op waren een paar jongens met een voetbal aan het spelen, maar voor de rest was het park leeg, en de grasvelden, dat de hele middag nog vol had gelegen met mensen, was nu alleen gevuld met een dozijn kraaien, die al het achtergelaten afval van de mensen opruimde.

Ik maakte een ommetje, keek rustig rond en daalde uiteindelijk neer op een bankje, dat in het midden, tussen een paar dikke eikenhouten bomen stond. Ik genoot van het moment: er was niks te horen, behalve het geschreeuw van de jongens en het getrap van een leren bal. Soms floot een vogel, om daarna weer snel zijn gezang te laten vallen. Door de wandeling had ik mijn eigen frustratie uit de voeten gelopen en een innerlijke rust gevonden, die ik op de bank thuis had gemist, maar dit houten bankje wel had gevonden. Het was een rust die ik in zoveel zondagen niet had meegemaakt. Niemand stoorde me op het bankje. De jongens voetbalde verder, de vogels bleven fluiten, de kraaien bleven hun restjes opeten.

Na een uur besloot ik om terug naar huis te lopen, maar een andere route te pakken. Ik wilde nieuwe dingen zien en nieuwe dingen meemaken, mijn fijne gevoel van rust behouden en niet meer laten gaan. Ik wilde de onrust vergeten en vervangen met een kalmte die ik alleen kon vinden wanneer ik mijn voeten in beweging zou zetten en ze door de stad heen liet lopen. Samen met de gedachte, één nieuwe gedachte, één bepaalde gedachte, die zijn weg in mijn hoofd had gevonden:

Mijn zondag is geen afsluiting meer, maar weer een begin. Niet naar de volgende zondag, maar naar de volgende wandeling – de wandeling naar mijn volgende avontuur.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.