“Hoi Zondag.” zeg ik. “Wat gaan we vandaag doen?”
‘Nou, ik heb een heel programma voor je!” zegt het terug.


Vroeger deden de Zondag en ik niet zo veel. Dan lagen we op de bank of in bed, meestal een boek te lezen ofzo. De zaterdag had net iets te veel beslag op me gelegd. Die had me gekaapt voor het weekend. Alleen die avond gold; de zondag hing er maar bij. Als het lelijke zusje van een knap meisje. Maar nu zijn de tijden veranderd.

“Maar, zondag!’ vraag ik “Wat gaan we dan doen!?”
Ik vind het moeilijk mijn enthousiasme binnen te houden.
“Nou, we kunnen naar het bos!” zegt het. “Of naar de stad! Een leuke broek kopen, ofzo! Of we gaan sporten! OF OF OF!”

Hij kan haast niet uit zijn woorden komen.

Best een toffe peer die zondag. Veel leuker dan zijn broertje, de zaterdag. Die dag moet altijd veel, dan moet hij even stoer doen. Laten zien wie de baas is. Jammer, vind ik dat. Maar wat moet je? De zaterdag is altijd de dag dat er van alles gebeurt.

Ik zie hem al aan komen lopen. Met twee chickies om de arm. Ze hebben dikke tieten.

“Yo, wat is dit vriend? Waar ben je gebleven?”
Ik stamel over mijn woorden.
“Uh, niks eigenlijk, zaterdag. Ik en zondag zij-”
“Ja, dat zie ik, homie! Wat moet dat!?”
Zondag probeert er tussen bij te komen, wanneer ik de zaterdag van me af probeer te duwen.
“Nee, rotzak! Laat hem met rust!”

De zaterdag gooit zijn gewicht erachterover, zijn vuist komt omhoog. Met een flinke uppercut slaat hij de zondag recht op zijn gat.

En dan begint hij te huilen.

De zondag wil helemaal niet stoer doen. Hij heeft al genoeg pijn aan zijn hoofd. Hij is het kleine broertje van de maandag, de dag die iedereen haat. Het probleemjongetje van de klas. Hij wordt altijd maar beschuldigd van allerlei dingen en staat in de schaduw van alle andere dagen. Maar nu niet meer.

Voorzichtig kniel ik naast hem neer en aai over zijn schouder.
“Kom op zondag, je mag er ook best zijn! Je bent meer dan al die dagen, want je bent de dag van mij. Samen kunnen we genieten, zonder ook maar iemand anders erbij. Doe je mee?”
Hij kijkt me in de ogen en knikt.

En samen slaan we die zaterdag helemaal naar de tyfus.

 

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.