Alsof het een aflevering van de “Sterkste Man” betreft adem ik theatraal in door mijn neus. Ik pak mijn zwarte stadsfiets, met zo’n rek van voren, op bij zadel en stuur. Ik slinger ‘m agressief en steeds sneller naar voor en naar achter. Dan uiteindelijk, met een brul en krachttermen als een Oost-Duitse kogelstootster, gooi ik mijn fiets schuin boven mijn hoofd omhoog.

Ik bevind mij op het Centraal Station in Delft. Ik was er al zo’n 5 jaar niet geweest en dat was prima. Ik en het openbaar vervoer; trauma’s lijken te slijten. Ik woon in de binnenstad van Delft dus ik kan er met de fiets heen.

Aangekomen bij het volledig vernieuwde station ga ik op zoek naar een plekje voor mijn fiets. Aan mijn verhoogde hartslag merk ik dat ik mij irriteer. Mijn irritatie richt zich op de gemeente van het pittoreske stadje Delft. Waarschijnlijk had de wethouder van dienst nog last van de Magic Truffels van de nacht ervoor. Weinig slaap en toch om 09.00uur op het gemeentehuis verschijnen, respect. Het werk ging door en daardoor werd het plan goedgekeurd voor het nieuwe station van Delft.

Het gevolg: de hedendaagse aanblik alsof er een ruimteschip in een schilderij van Vermeer is gecrasht.

Waar je vroeger je fiets nog gewoon tegen een boom of een brugleuning kon smijten, is het tegenwoordig enkel geordende chaos dat je tegenkomt wanneer je je fiets wilt stallen. Degene die mij kennen weten dat ik chaos omarm, maar niets is erger dan geordende chaos. Zoals je ook bij van die binnenhuisarchitecten vaak ziet: dan maken ze in een volledig strak en opgeruimd huis een beetje rommel in de hoop dat het creatief oogt. Alsof een paar tijdschriften die niet gerangschikt op kleur en alfabet, op de tafel liggen, de persoon die er woont ineens kunstzinnig maken.

Op Delft CS zijn er twee megagrote fietsenstallingen. De totale oppervlakte staat waarschijnlijk gelijk aan drie keer het station, maar dat is niet het ergste.

Ik ben niet groot, als in; lang. Ik ben 1 meter 70 en dat vind ik prima. Dat gaat ook altijd oké, maar toen ik mijn fiets weg wilde zetten voelde het als een handicap. Het station heeft namelijk van die achterlijke verdiepingsfietsenrekken. Van die rekken die hetzelfde zijn als die op de grond, maar dan op een hoogte van ongeveer 1 meter 69. Ik had geen keus; ik moest mijn fiets daar wel plaatsen. Natuurlijk slingert elke student van boven de 2 meter 24 zijn fiets gewoon in het begane-grond-rek als daar nog plek is.

Daar stond ik dan. In gevecht met tijd en zwaartekracht.

Ik mag dan niet zo lang zijn, maar ik heb opgekropte woede en agressie in overvloed en dat komt goed van pas op dit soort momenten. Zeker wanneer het niet in één keer lukt. Een sjor- en trekspektakel volgt. Met minimale schade lukt het mij om mijn fiets uiteindelijk erin te krijgen. Ik ben helemaal uitgeput. Vanuit mijn irritatie bedenk ik mij dat ik voortaan voor dit soort gelegenheden een paar, goedkope, extra hangsloten moet kopen. Die kan ik dan op dit soort momenten uit mijn tas halen en daarmee zal ik de (grootste) fietsen om mijn fiets heen aan elkaar vast maken. Gewoon om karma een handje te helpen.

Geen tijd te verliezen; mijn trein vertrekt bijna.

Ik haast mij naar het perron en om de grote filosoof Hans de Booij maar eens te quoten: “In de verte ging de laatste wagon…” Het zit mij niet mee.

Ik loop terug naar mijn fiets, maak het slot open en trek hem uit het rek met een korte krachtsinspanning. De zwaartekracht is dit keer meer behulpzaam. Ik trek een spaak, mijn lamp en een spatbord kapot. Dat kan er ook nog wel bij.

Ik stap op mijn fiets met mijn OV-pasje nog in de hand. Ik ben nu toch al te laat voor mijn afspraak en zo ver is Den Haag nu ook weer niet met de fiets vanaf Delft. Mijn fiets loopt aan. Hij tikt en piept. Als ik hard genoeg fiets en het ritme houd dan hoor ik de klanken van Rammstein’s “Wut Will Nicht Sterben”.

Wordt het toch nog een mooie dag.

 

Over de auteur

In een onbegrijpelijke wereld doet hij pogingen om het voor zichzelf begrijpelijk te maken, hetgeen al moeilijk genoeg is. Humor is zijn redding; alles is humor, als je je maar lang genoeg verbaasd...

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.