Hoe introduceer je in hemelsnaam een boek waarvan je na het dichtslaan nog steeds geen flauw idee hebt of je hem nou hebt begrepen of niet? 

De afgelopen dagen las ik De Dief van Tijd. Een boek dat ik kreeg van Esther, met de toepasselijke boodschap: ‘Ik denk dat jij hem wel begrijpt.’ Ik wil nu tegen haar zeggen: ‘Ik denk niet dat ik hem begrijp, maar ik denk ook dat ik hem wel goed genoeg heb begrepen om hem te begrijpen zoals jij hem begrepen hebt.’

De dief van tijd: het verhaal

Lou-Tzi heeft geen tijd, want hij moet de tijd op gang houden. Iemand is bezig een volkomen nauwkeurige klok te bouwen en als die af is komt de tijd tot stilstand. Het wordt een race tegen de, nou ja, de tijd, over talloze hindernissen. Tijd is een schaars goed, en moet dus netjes worden ingedeeld. Op de Schijfwereld is dat een klus voor de Monniken der Geschiedenis, die tijd opslaan en wegpompen van waar hij toch maar verspild wordt (zoals onder water – wat moet een schelvis nou met al die tijd).

Dit is de originele omschrijving van De Dief van Tijd. Ik kon zelf geen betere verzinnen. Ik was met duizend zijwegen gekomen, net als deze fantasy ook doet trouwens. Goed, door duizend zijwegen en honderd tijdskronkels, zeker vierhonderd regels van Lou-tzi en een hobbelig bezemsteel ritje heen: De Dief van Tijd is filosofische fictie die je op het begin alleen maar zal verwarren.

Verstand op nul, verstand op honderd

Ik begreep hem niet en ik heb er een jaar over gedaan om hem te begrijpen. Ik begon gepassioneerd en haakte vervolgens af na twintig bladzijden omdat ik het spoor volledig bijster was. Een maand later volgde poging twee, toen poging drie en toen poging: leg boek in boekenkast voor betere tijden.

En de betere tijd kwam er: een week geleden om precies te zijn. Het gaat hier immers alleen maar over tijd. Ik stuurde Esther een berichtje: ‘En nu is het klaar! Ik ga het boek gewoon lezen zonder na te denken of ik het begrijp!’ 

Wonder boven wonder ging mijn verstand op nul en tegelijkertijd op honderd, terwijl ik door de pagina’s vol prachtige zinnen heen las:

De eerste vraag die ze stellen is: ‘Waarom was Wen eeuwig verbaasd?’
En men vertelt ze: ‘Wen overpeinsde de aard van de tijd en begreep dat het heelal, moment voor moment, opnieuw geschapen wordt. Daarom, begreep hij, is er in waarheid geen verleden, alleen een herinnering aan het verleden. Knipper even met je ogen en de wereld die je dan ziet bestond niet eens toen je ze dichtdeed. Daarom, zegt hij, is de enige passende geestestoestand verbazing.

Fantasy

Het is nogal wat. Deze fantasy. En om heel eerlijk te zijn houd ik niet van fantasy. Mijn hoofd werkt daarin niet mee: ik moet een écht menselijk aspect hebben. Harry Potter? Te gek! Een verhaal over vliegende eenhoorns in gevecht met pratende baby’s en een beukenblad? Niet zo te gek. (overigens gaat De Dief van Tijd niet over vliegende eenhoorns, baby gevechten of beukenbladeren.)

De dief van tijd

Ik kan niet goed omgaan met fantasy en daar ben ik met De Dief van Tijd wel achter gekomen. Ik hield van de slimme dialogen en van de mooie visie op het begrip tijd, maar al die andere toestand hoeft van mij niet zo. Stiekem vind ik het ergens ook jammer dat Terry Prachtchett een fantasy boek heeft geschreven hierover, terwijl hij vast ook een prachtig filosofisch boek had kunnen schrijven. Dat had ik wellicht ook nog sneller uit gehad. Volgens mij is Prachtchett een slimme man.

 ‘Maar ik dacht dat Xeno wel vier paradoxen opvoerde,’ zei Freule LeGuyan. ‘Die draaiden om het idee dat er zoiets is als de kleinst mogelijke eenheid van tijd. En die moet er toch ook wel zijn? Neem nu het heden: dat moet een lengte hebben, want het einde ervan zit aan het verleden vast en het andere aan de toekomst. En als het geen lengte had, kon het heden helemaal niet bestaan. Er zou geen tijd voor zijn om in het heden te wezen.’

Hilarisch

Toch heb ik ieder hoofdstuk – zo niet iedere drie pagina’s – wel even moeten grinniken. De manier van vertellen is werkelijk hilarisch en briljant. Het twijfelt constant aan het bestaan van dingen. Neem nou ijzer, waarbij Prachtchett schrijft dat er alleen het idee bestaat van ijzer, en vult dit vervolgens met één van zijn kenmerkende voetnootjes aan:

* maar toch gebruiken ze vorken, of tenminste de idee van vorken. Wellicht zijn er, zoals de wijsgeer zegt, geen lepels, al blijf je dan wel met de vraag zitten waarom er de idee is van soep.

Nog een keer

De Dief van Tijd duurde wel lang, en ik denk dat ik op momenten mijn hoofd er niet helemaal bij had. Toch is het prachtig geschreven en een heel erg meeslepend verhaal voor Fantasy liefhebbers die ook graag even nadenken. Ik ben fan! Ik ben fan van de manier waarop Pratchett geen personage te veel of te weinig heeft in zijn boek. Ze komen allemaal fantastisch mooi samen, hoewel er in eerste instantie geen verband te leggen is. Over werkelijk ieder detail, ieder element en iedere uitspraak is nagedacht en dat maakt De Dief van Tijd wel een bijzonder goed boek.

Volgend jaar ga ik hem nog een keer lezen, vooral nu ik weet wat ik kan verwachten. Ik durf te wedden dat er nog duizend andere dingen in dit verhaal te ontdekken zijn, die ik de eerste keer over het hoofd heb gezien. 

 

Bekijk op bol.com

 

Over de auteur

Ik eet geen rode dingen.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.