Het is half acht. Over mijn ogen hangt nog zo’n wazige gloed die je alleen maar kunt hebben als je uit een diepe slaap gewekt wordt. Vandaag moest het anders zijn, dat had ik mezelf beloofd. Ik had me voorgenomen dat ik vandaag écht om acht uur zou beginnen met yoga, om daarna uitgebreid te ontbijten en vervolgens te beginnen met schrijven. Om één uur een lange wandeling en om half drie weer verder. Zoals normale mensen dat doen. Vandaag zou ik normaal worden.

Kreunend draai ik me van mijn linkerzij op mijn rechter en ik pak mijn telefoon. Esther, schiet het meteen door mijn hoofd. Er is de afgelopen twee jaar geen ochtend geweest dat ik niet met een berichtje van haar wakker werd, maar zelfs zij is nu stil. Ik herinner me dat ze een aantal dagen geleden om half tien haar bericht opende met: ‘Je bent nu wel wakker toch? Want…’ en toen kwam het hele verhaal. Ik was al wel wakker. Dat is het hele probleem. Ik ben meestal wakker, maar mezelf verticaal neerzetten blijkt elke dag een uitdaging. clock-791920_640

Esther zou me vandaag kunnen helpen om in ieder geval niet opnieuw in slaap te vallen. Esther is altijd wakker, want ze is moeder en kinderen slapen nooit. En zij heeft er twee van. Dat betekent dat de één begint als de ander stil is. En dat betekent dat ze mij er ook nog wel bij kan hebben, omdat ik niet de hele tijd zeg dat ik iets wil en woordjes hoeft ze me ook niet te leren (meestal dan…)
Ik mag echt niet in slaap vallen. Vandaag is de dag dat ik normaal word.

Eerst struin ik Twitter af. Met twee accounts is dat een hele bezigheid waar je al snel een half uur aan kwijt bent. Inmiddels is het dan ook acht uur. Ik voel mijn oogleden zwaar worden terwijl ik scrol, en soms schrik ik weer even op van een korte schok die door mijn lichaam trekt.
Sta gewoon op. Gooi die deken van je af. Je bent nu pas vijf minuten te laat. Je kunt de dag nog inhalen. 

Ik scrol door. En nog een keer. En nog een keer. Ik bedenk me dat ik best wel kaartjes wil winnen voor een concert van iemand die ik niet ken. Op de foto is hij mooi. Ik wil wel anderhalf uur naar iemand kijken die mooi is.

Na het invullen van de prijsvraag, scrol ik weer verder. Ja, het gaat beter nu. Ik ben al veel minder moe. Ik sta zo echt op, ik voel het aan alles. Het is pas kwart over acht. Een prachtige tijd om uit bed te gaan. Acht uur was een stom idee, dan duurt de dag zo lang. Als ik om half negen opsta, dan heb ik nog een hele dag voor me. Dan schrijf ik vanavond een uur langer door en dan kan ik yoga doen. En wandelen. Ik moet ook nog boodschappen doen. Shit.

Opnieuw draai ik me om, van rechts naar links en de berichtjes stromen langzaam binnen. Esther blijft stil; ze kent mij veel te goed om me om kwart over acht een berichtje te sturen. Twitter blijft zich eindeloos vernieuwen en zo kom ik op een filmpje terecht dat ik wel interessant vind.
Als het filmpje afgelopen is (het is nu echt bijna half negen, ik sta zo op) stuur ik Esther het filmpje door. Ze komt meteen online en ik doe mijn ogen nog even dicht. Als ze een berichtje terug stuurt, dan ga ik uit bed. Verticaal is het woord en vandaag word ik normaal.

Na drie minuten hoor ik drie korte klikjes vanuit mijn telefoon komen en als ik het probeer te lezen hangt er opnieuw een wazige gloed over mijn ogen. Esther. Esther kon me helpen, toch? Reageer op Esther!
Heel kort sluit ik even mijn ogen. Het is belangrijk dat ik me goed kan inbeelden wat ik vandaag ga doen en hoe dat eruit ziet. Het is pas half negen. De dag is nog jong.

Als ik mijn ogen weer open en mijn telefoon pak om Esther een berichtje terug te sturen, is de waas verdwenen. De grote klok op mijn scherm geeft een getal aan.

10:48

Ik draai me op mijn rug. Morgen word ik normaal.

 

Over de auteur

Ik eet geen rode dingen.

één antwoord

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.