Als ik een emmer was geweest, dan was ik een extra grote die inmiddels zo vol zat, dat je niet eens naar me had kunnen kijken zonder dat ik over zou lopen. En zijn actie was niet een druppel, zijn actie was een koude douche, die keihard op de emmer gezet werd. Ik liep over, aan alle kanten. Ik wist niet of ik wilde huilen, wilde schreeuwen of hem vast wilde pakken en smeken om me alsjeblieft één keer met respect te behandelen.

Ik koos voor optie twee: de ik-ben-zo-kwaad-dat-ik-misschien-mijn-wijnglas-in-je-gezicht-ga-drukken aanpak. Niet de meest handige, maar ik was lang genoeg aardig geweest, vond ik. Toen ik het er later met hem over had, zei hij dat ik nooit aardig was geweest en altijd boos werd om dingen die er niet toe doen. Alles wat hij na die tijd tegen me zei, kan ik me herinneren. Alles wat er voor die tijd gebeurde ook, maar dat moment herinner ik me in vlagen. Vlagen van extreme woede, vlagen van extreme paniek en vlagen van extreme liefde waarin ik mezelf toesprak dat ik aardig moest blijven. Dat ik moest lachen, dat ik het oké moest vinden, omdat hij me erop zou afrekenen als ik niet alles toestond wat hij deed.

Maar ik vond het niet oké. Ik vond alles wat hij de afgelopen jaren had gedaan niet oké. 

Vanaf het moment dat hij er respectloos vandoor ging met anderen, tot de momenten waarop hij er gewoon niet voor me was. De lijst van 69 punten die ik een aantal maanden terug op aanraden van Esther maakte, 69 punten waarop hij me had gekwetst in drie jaar tijd, 69 punten die allemaal zó extreem gemeen waren, dat ieder weldenkend persoon er al na zes maanden een punt achter had gezet.heartbleed-378010_640

Ik herinnerde ze me allemaal op dat ene moment.

Vanaf een beschuldiging over vreemdgaan, waardoor hij alle rechten kreeg om me als een zak stront te behandelen (vond hij), tot zijn laatste excuus dat hij die avond vaagjes naar me brabbelde, toen ik hem in blinde woede confronteerde. Ik was zo woedend dat zelfs de kroegen verderop moeten hebben gezien dat er een donderwolk boven mijn hoofd hing. Later hoorde ik dat de band dacht dat ik hem wilde vermoorden. Zelf dacht ik dat ook.

‘Ik ben ziek’, zei hij met een biertje in zijn hand ‘daarom ga ik naar huis.’
‘Ja. Het is blijkbaar een hele opgave om me te moeten zien.’
‘Nee. Verdomme ik ben ziek!’ zijn stem klonk harder, hij pakte een sigaret uit zijn pakje en nam nog een slok bier.
‘Tuurlijk.’ Ik plaatste een hand op zijn knie, want wat had ik hem gemist.
‘Ik breng je naar huis.’ klonk het hol in mijn oren en automatisch stond ik op.

Hij liep een paar meter met me mee en zei dat ik op moest schieten omdat hij druk was met afbouwen. Ik wist dat ik rustig moest worden en dankbaar moest zijn dat ik überhaupt 4 seconden bij hem kon zijn, maar ik was het niet. Mijn benen trilden nog steeds.

‘Stop mij maar ergens tussendoor ja. Zoals altijd.’
Hij zuchtte en zei niets. Toen ik naar hem keek, drong het opnieuw tot me door hoe onmenselijk mooi hij was.
‘Waarom is het zó moeilijk voor je om mij in je leven te plaatsen? Waarom ben ik de enige die jou nooit mag zien?’ Ik kon wel janken, maar iets hield mijn tranen tegen. Ik wist niet of het stress was, of het feit dat ik stiekem wel dankbaar was dat hij meeliep. En daarop keurde ik mijn gedachten alweer af: als je verwachtingen van iemand al zo laag zijn geworden dat je jezelf gelukkig prijst als hij 4 seconden voor je vrijmaakt, dan zit het krom. Dan zit het zo krom dat het niet meer recht te lullen is.

‘Nee dit ga je dus niet doen.’ Hij draaide zich om en keek me aan. ‘Als je hier een probleem van gaat maken dan loop je maar alleen. Ik heb hier nu écht geen zin in.’
Ik hield mijn mond. Blijkbaar had ik echt liever die vier seconden met hem, dan helemaal geen seconden met hem.
We liepen zwijgend terug naar mijn huis.

Bij de voordeur draaide hij zich om, maar hij zei niets. Hij hield me vast en ik wilde me in hem begraven, maar ik deed het niet. Ik wist dat die veiligheid binnen een paar seconden voorbij zou zijn. Dat idee kon ik niet meer aan.

pair-418697_640

Ik greep mijn sleutels uit mijn jaszak en hing tegen de voordeur, terwijl hij wegliep. Beiden hadden we niets gezegd. Hij keek nog om toen hij wegliep, en toen hij bijna uit het zicht was deed hij dat nog een keer. Mijn hart stortte in die avond.

Ik wist dat het de laatste keer was dat ik hem zou zien. 

 

Over de auteur

Ik eet geen rode dingen.

4 reacties

  1. Jacky

    En dankjewel. Denk ik. Het is niet erg om af en toe even wat dingen te delen die je misschien niet moet delen. Ik krijg wel hele mooie reacties, dus uiteindelijk ben ik heel blij hoe de reeks is geworden en ik ben (inmiddels) ook heel blij met het einde van de reeks haha

    Beantwoorden

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.