De volgende ochtend werd ik wakker met spierpijn op plaatsen waarvan ik niet eens wist dat ze bestonden in mijn lichaam. Mijn bovenbenen, dijen, heupen, buik, armen en benen waren afgepeigerd. Ik was kapot en ik had enorme rugpijn van het matrasje waar we samen een paar uur op hadden geslapen.

Het was niet dat het nodig was geweest om samen op een eenpersoons matras te liggen; ik had zelfs voordat Vriendelijke Vriend ook nog maar wist dat hij langs zou komen, snel een extra matras uit zijn slaapkamer gehaald, zodat we royaal konden liggen met z’n tweeën. Maar hij had erop gestaan om samen op één matras te slapen. De kamer waarin ik lag in Deventer was zo uitgesproken klein dat er nét een matras van 90cm en een matras van 70cm naast elkaar konden liggen, en dan kon de deur niet meer open.

Hij zei dat hij nog naar de wc moest, dus dat het echt niet handig was. Ik haalde mijn schouders erbij op: het was al maanden mijn droom om tegen hem aangeplakt op een éénpersoons matras te liggen. Het was de kers op de taart na een lange nacht.

En nu liet mijn (blijkbaar bejaarde) lichaam dat even aan me merken.

Hoorde iemand van 25 niet in ieder geval elke week seks te hebben met een willekeurig persoon? Ik stond alweer vanaf begin maart compleet droog en het idee van iemand anders behalve hem deed me walgen. Ik had me er dan ook voor het gemak maar bij neergelegd dat ik net zo goed een non kon worden. Een non die een hele grote piemel gewend was, van een hele sexy, mooie en intelligente man, waar geen ander tegenop kon en daarom maar geen seks meer zou hebben. Ach… Die nonnen moeten er ook zijn.

Toen we beiden gedoucht waren besloop me het gevoel dat het nu voorbij zou zijn. Hij zou terug naar huis willen en nooit meer iets van zich laten horen. Ik kwam beneden, smeerde een boterham en sprong op de vensterbank. Nog een minuut later kwam hij binnenlopen: ‘hoe laat gaan de treinen?’
ring-158256_640

Ik wilde hem vastpakken, door elkaar schudden en vragen of hij nog drie dagen bleef. Ik wilde vragen of hij met me wilde trouwen zodat we lang en gelukkig zouden leven samen. Maar ik deed het niet. Ik haalde mijn schouders op en zei dat de treinen om 17 en 47 zouden vertrekken naar Zwolle.

‘Ok. Dan ga ik zo.’ Hij was vastberaden en dat betekende dat ik niet die dag met hem zou trouwen. Ik zuchtte en dacht na, want er moest een manier zijn waarop hij in elk geval nog een uur langer bij me bleef. Mijn gedachten verschoten van seks (onmogelijk want ik was nog steeds bejaard) naar een hevige discussie, maar die zou hem afschrikken.

‘Wil je met me wandelen langs de IJssel?’ zei ik snel.
Al vanaf dat ik in Deventer kwam wonen, had ik het idee gehad dat een wandeling langs de IJssel met hem perfect moest zijn. 

De wind was koud die ochtend.

Ik probeerde me te herinneren wanneer het de laatste keer was dat ik al zo vroeg mijn huis uit was gekomen om te wandelen. Waarschijnlijk was het antwoord: nooit.
Ik ben niet zo’n ochtendmens, nooit geweest ook. Hij wel, maar naast me was het veel te stil. Hij vroeg zich op zijn beurt waarschijnlijk af waarom hij had ingestemd om met mij doelloos langs de IJssel te lopen. Het was niets zoals ik me had voorgesteld. Hij leek zich niet echt bezig te houden met mij.

Een koude windvlaag blies dwars door me heen, ik trok mijn enorme vest dicht om mijn lichaam.
‘Ja. Lekker weer hé. Helemaal niet koud ofzo.’ Hij keek vluchtig opzij met een speelse blik in zijn ogen. Klootzak. Als je niet wil wandelen, dan moet je dat zeggen. Ik wilde het in eerste instantie al niet. Laat staan om tien uur ’s ochtends.

Wilhelminabrug_Deventer

‘We moeten even opschieten, anders ga ik die trein niet halen.’ zei hij, terwijl hij sneller begon te lopen. De IJssel vloog aan ons voorbij, net als de Nieuwstraat en niet veel later de parkeergarage. Voor ik het wist stonden we vlakbij het station.
‘Ik ga nu echt even doorlopen.’ zei hij met een bromstem en hij beende zich een weg door de mensen, langs het park.

Hij verdween en ik stond nog steeds stil op dezelfde plek.

Ik plukte aan mijn haar en bleef staren naar het station een paar meter verderop. Ik wilde me nog niet omdraaien. Misschien zou hij zich bedenken dat hij iets was vergeten. Een kusje, of een knuffel of in elk geval een fatsoenlijke ‘’doei’’.

Na tien minuten liep ik weg. Hij had die trein niet kunnen halen. Nooit. Hij had nog een minuut gehad en niet gerend. Ik liep weg en pakte mijn telefoon: ‘Gehaald?’
Ik kreeg meteen een berichtje terug: ‘Ja.’

Hij loog. Ik wist het zeker. heart-938313_640

Zat hij liever dertig minuten alleen op een station, dan dat hij nog dertig minuten met mij zou moeten doorbrengen? Ik voelde mijn keel op slot schieten en bleef doorlopen, langs de schouwburg, naar de Boreel waar ik op het grote plein een paar keer probeerde te slikken, alsof dat mijn ogen minder waterig zou maken.

In de Jumbo beende ik me blind een weg door alle gangpaden. Ik gooide voor zeker vier dagen aan eten in mijn mandje. Ik wilde nooit meer naar buiten, nooit meer doen alsof ik een deel was van het enorme geheel. Wie had ik gedacht dat ik was?

Met drie loodzware tassen liep ik terug naar huis. Daar pleurde ik alles in de koelkast en de rest van de dag begroef ik me onder de dekens in bed. Het bed dat nog naar hem rook. Ik kon nog lang niet zonder die geur.  

 

 

Over de auteur

Ik eet geen rode dingen.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.