Ik schud mijn hoofd en voel me de grootste christen op de wereld. Dansen doe je alleen met iemand die je goed kent, die je leuk vindt en die jouw toestemming niet hoeft te vragen om je aan te raken. Ik kan maar één persoon bedenken met wie ik zou willen dansen en dat is niet de barman. Of misschien is het op dit moment ook wel de barman, maar ik moet daar helemaal niet over nadenken.
‘Ik uhm… Nee. Nee ik kan niet dansen.’
Ik zet het wijnglas neer op tafel en schuif net een stoel naar achteren als hij me bij mijn arm pakt: ‘Dan ga ik het je leren.’

Stiekem moet ik om hem lachen. Barmannen weten natuurlijk precies hoe dit spelletje gespeeld moet worden en ik trap er volledig in. Ik laat me meeslepen, verdomme. Hij trekt me naar zich toe en onze ogen zijn nog geen vijf centimeter van elkaar verwijderd. Ik voel mijn knieën slap worden.
‘Goed.’ fluister ik. ‘Leer het me maar.’

8c61c529dd6f567402fc8886694783c1De barman pakt mijn handen vast.

Als hij begint te bewegen, beweeg ik traag mee en ondertussen probeer ik mijn hoofd op orde te krijgen. Ik moet snel denken, dit is een soort paringsdans dat kan niet anders. En ik ben deel van de paringsdans, terwijl ik in de eerste plaats al helemaal niet met hem wilde dansen. Of misschien wel, maar in hoeverre mag ik met iemand dansen terwijl je eigenlijk met je hoofd bij een ander zit?

 

”It’s never gonna happen, so move on.” Dat zei An, vlak voordat ze in bed dook. Ik wil ook naar bed. Ik wil alléén naar bed, maar als ik zijn handen over mijn rug voel gaan, krijg ik de neiging om helemaal in hem te kruipen. Aan de andere kant walg ik van mezelf. Ik weet nog niet zo goed wat nou een handig vervolg is.

Als de muziek kort stil valt doe ik een stap achteruit: ‘Jij bent houterig.’
‘Houterig?!’ de barman begint te lachen. ‘Ik doe zo mijn best!’
Ik haal mijn schouders op en draai me om naar de tafel om het wijnglas te pakken. Tot mijn verbazing zie ik dat het al kwart over vijf is. Waarom gaat de tijd zo snel?
‘Ik ga naar bed.’ zeg ik terwijl ik me op een stoel laat vallen en een laatste sigaret opsteek.

Hij komt naast me zitten

Weer. Zo fucking dichtbij.

‘Dus Picknick’ zeg ik als hij mijn sigaret uit mijn mond haalt, om zelf een hijs te nemen.
‘Ja. Ik neem je mee.’ Hij lacht en begint het liedje van Gers Pardoel te zingen. Ik vraag me af wat er met Gers Pardoel gebeurd is en of Gers Pardoel wel zijn echte naam is. Het klinkt zo stom. Gers Pardoel. Alsof het een karakter is dat in de Efteling rondloopt. Morgen ga ik uitzoeken of Gers Pardoel écht Gers Pardoel heet.

‘Haha, je bent wel een typetje.’ De barman kijkt me lachend aan.
‘Hoezo?!’ Mijn stem schiet omhoog. Een typetje… dat klinkt alsof ik ook in de Efteling hoor rond te lopen.
De barman neemt nog een paar trekjes van mijn sigaret, schuift de stoel naar achteren en trekt zijn trui aan. ‘Een typetje, gewoon, zoals ik het zeg. Ik bedoel het positief.’
‘Uhu…’ Mijn stem sterft weg. De dreigende lucht die de hele avond al boven de stad hing, is uitgebarsten in een hevige onweersbui. Ik tuur door het raam en hij komt naast me staan.

‘Dat wordt ellende voor je.’ de woorden vliegen uit me zonder dat ik me daar nog bewust van ben.
‘Wat? Jij? Of fietsen door een onweersbui?’ Zijn ogen fonkelen mee met de flitsen in de lucht. Weer dat gezicht op een paar centimeter afstand. Ik krijg geen adem. Hij staat te dichtbij. Hij moet weg.

Wat is logisch?

Volgens mij ben ik mijn denkvermogen op liefdesgebied de afgelopen jaren volledig verloren. Hij buigt zijn gezicht iets voorover en ik voel mijn hart racen. Vanzelf strek ik mijn armen uit en op hetzelfde moment dat hij dichterbij komt draai ik mijn hoofd weg.

Goede knuffel. Hele, hele goede knuffel.

Na een paar seconden duw ik hem van me af en loop ik naar de voordeur.
‘Leuk om je te ontmoeten, barman.’
‘Ik neem je mee binnenkort. Deal?’
Ik knik, open de voordeur en hij loopt door de stromende regen naar de trap. Als hij nog één keer omkijkt lach ik kort naar hem en loop ik terug naar binnen.

It’s never gonna happen? Nee. Misschien niet, maar dat betekent niet dat ik dan maar met een ander moet aanpappen. 

 

Over de auteur

Ik eet geen rode dingen.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.