Een huis hebben dat omringd wordt door kroegen is dolle pret. Vooral als je Friese vriendin An op visite komt en je eigenlijk om half één al naar bed wilde, maar zij je erop attendeert dat dat zo dus niet werkt. En daarom loop ik nu. Ik loop als een malle over de Brink met An aan mijn linkerzijde. Of nouja, zo goed als.
‘Can you slow down, for fuck sake!’ roept An me nog achterna, maar ik ben er klaar mee: één drankje en daarna mag ik naar bed. Één klein drankje en dan mag ik eindelijk slapen.

En na drankje één, komt altijd drankje twee. Hoe kon ik dat vergeten.

Opnieuw stap ik de Brink over, dit keer in tegenovergestelde richting. Als er dan toch nog ”één drankje” moet worden gedronken, dan graag tegenover mijn huis en dan graag op die ene plaats waar de barmannen leuk zijn.

Vol tegenzin stap ik naar binnen

Het is maar goed dat ik in mijn ”ik-woon-in-nieuwe-stad-en-moet-mensen-leren-kennen-bui” ben, waardoor ik als een gestoorde met iedereen een gesprek aanknoop. Soms doe ik dat. Mensen om mij heen doe ik er over het algemeen ook helemaal geen plezier mee, maar degene die erin trapt en denkt dat ik gezellig ben is dan ook meteen mijn maatje. Als ik in die vorm contact maak met mensen, betekent het dat ze heel veel kunnen hebben.

Maar met deze man knoopte ik geen gesprek aan. Hij had zich op de één of andere manier tussen mij en An in geworsteld en nu hij wat dichter op me staat herken ik hem plotseling: de barman! Maar dan zonder bar.
Ik had al wel een knipoogje en lach van hem ontvangen toen ik binnenkwam, maar ik dacht dat dat misschien de standaard groet was, hier in Deventer op de Brink. Je weet ’t niet.

Meteen sleurt hij me mee naar buiten

Sex-And-The-City-Carrie-And-Aidan-Portable1-300x183Zo van: ‘je rookt toch wel?’ En voor het eerst in mijn leven ben ik blij dat ik dat doe. We nemen plaats op een schattig trapje en hij begint te praten. Eerst over zijn werk, daarna over het feit dat hij niet wil studeren en daarna vraagt hij of ik nieuw ben in de stad omdat ik hier studeer. Ik haal mijn schouders op.
‘Nee ik woon hier, gewoon omdat ik hier nu even woon. Ik studeer niet.’

 

 

Hij zit akelig dicht naast me. Ik hou er niet van als mensen dat doen.
‘Cool.’
‘Nee.’ Ik slik en draai mijn hoofd naar hem toe. ‘Maar lief dat je lief bent.’

Het oogcontact duurt te lang. Gevaarlijke situatie, nu weggaan, nu opstaan. Gevaarlijke situatie.
‘Jacky, we’re going home. This bar has its last round BEFORE three. That’s it. Deventer sucks. I’m leaving.’

Dit keer moet ik achter de An aanrennen. Als ik al naast haar loop merk ik dat er nog iemand is die met ons mee is gekomen en zich zelfs bij ons heeft aangesloten. Geërgerd kijk ik op naar de barman zonder bar: ‘Denk jij dat je ook welkom bent?’
Hij begint te lachen en slaat een arm om me heen: ‘Afterparty bij jou toch?’
Ik smelt. Verdomme. Dit is niet de bedoeling, het was de bedoeling om nieuwe mensen te leren kennen, niet om een crush te ontwikkelen op knipogende barman.

Slecht volk. Barmannen. Dat weet iedereen.

‘Volgende week neem ik je mee naar Picknick.’ zegt hij als we bij mijn voordeur staan
‘Waarom?’ Ik kijk hem aan alsof hij net heeft verteld dat hij zijn pizza eerst door de vuilnisbak haalt voordat hij hem opeet. Ik weet niet wat Picknick is, maar ik ben er zeker van dat ik het niet hoef te zien. En al helemaal niet met hem. En als ik dan moet picknicken, word ik ook boos. Dat kan ik prima alleen.

‘Dat vind ik leuk. Het is wat voor jou.’ basket-310061_640
‘Dat weet je niet.’
‘Jawel. Het is wat voor jou.’
‘Dat weet je niet.’
‘Geloof me maar.’
‘Nee.’
‘Djeez guys! Open the fucking door please!’

Ik steek de sleutel in het gat en zonder een duidelijke uitnodiging loopt de barman mee naar boven, trekt zijn trui uit en gooit hem nonchalant over een stoel.
‘Goed huis.’

Ik knik en An trekt zuchtend haar slippers uit: ‘Ok. Good night guys.’
‘What?!’ Ik huppel achter An aan. ‘What the fuck you think you’re doing?’ fluister ik naar haar. An mag niet op dit cruciale moment weg gaan, ik sta niet voor mezelf in en ik wil niet crushen op de barman. Ik heb een strijd in mijn hoofd. Een strijd die ik al jaren heb. Ik moet trouw zijn, niet op iemand crushen en het al helemaal niet zo ver laten komen dat ik er ook nog wat voor ga voelen.

Niet. De. Bedoeling.

‘This is what you’re doing? Now? You’re actually doing this?’
‘Yeah.’ An kijkt met haar lieve manga oogjes omhoog. ‘You guys have fun. You gonna sleep with him?’
Ik trek een wenkbrauw op: ‘An. Am I a stranger to you?’
Ze begint te lachen: ‘I know, but you know… it’s just been so long for you. You haven’t had sex since…’
‘Shhptt!’ Ik tik haar aan als de barman bij ons komt staan. Hij wenst An een goede nacht, pakt mijn laptop en zet muziek op.
‘Forget him. It’s never gonna happen.’ Ze kijkt me aan met een dwingende blik in haar ogen: ‘Move. On.’

”Hem” vergeten. Dat ging niet over de barman, maar over iemand anders. En ”hem” vergeten is een advies dat ik elke week wel van iemand krijg. Werkte het maar zo simpel. An’s woorden van eerder die avond spoken door mijn hoofd: ‘If you wanna move on, you need a guy that will make you want to move on.’

Als ik de deur naar de woonkamer open staat de barman er, met twee glazen wijn in zijn hand, Frank Zappa op de achtergrond en een onschuldige blik in zijn ogen. Ik neem een glas wijn van hem aan en hij steekt sierlijk één hand uit: ‘Je kunt vast wel dansen, toch?’ 

 

 

Over de auteur

Ik eet geen rode dingen.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.