Vector, zo heet ‘ie. Een boekje dat uit amper 100 pagina’s bestaat en dat je gratis krijgt bij aankoop van een of meerdere ”spannende boeken”. Nu vind ik een begrip als spannend een klein beetje misleidend, want wat is een boek als het niet spannend is? Volgens mij heeft spanning niet zo veel te maken met een genre; ieder boek moet immers iets hebben waardoor je verder wilt blijven lezen.

In Vector is dit volgens veel lezers niet het geval. Dit mini boekje is geschreven door Simon de Waal, toch een vrij bekend en geprezen auteur, maar de (veelal slechte) beoordelingen van Vector liegen er niet om. Maar men mag een gegeven paard… Juist! En dus besloot ik zelf dit geschenkboekje van de Spannende Boeken Weken 2016 eens open te slaan.

Vector: het verhaal

Er is een levensgevaarlijk virus en dat virus wordt meer dan 35 jaar nadat het verdwenen is opnieuw gezocht. Het is belangrijk dat dit gebeurt, om God mag weten welke reden, en hoofdpersoon Alex wordt onverhoopt meegesleurd in het vage mysterie rondom ‘het zusje van Ebola’.

Kort verhaal, dus.

Goed. Ik zeg het niet graag, maar ik moet een groot deel van de mensen die Vector beoordeeld hebben gelijk geven. Dit korte verhaal is geen literair hoogstandje, en ook geen ander standje for that matter. Het is meer een poging tot een standje die je nog even doet als je uit de kroeg komt, maar waarvan je je al gauw beseft dat het hem die avond niet meer gaat worden.

Nu moet ik ook eerlijk zeggen dat mijn persoonlijke voorkeur over het algemeen niet uitgaat naar korte verhalen. Ik vind het altijd zonde wanneer een verhaal (vooral als het idee heel leuk is) in honderd of tweehonderd pagina’s wordt gepropt. Voor mij zijn de eerste honderd of tweehonderd pagina’s altijd een kennismaking met de personages, de omgeving en met de conflicten die er spelen.

Te weinig tijd 66c48afe-4e51-4751-a16c-3b8723d04ac6

Dat maakt mij ook een slechte beoordelaar op dit gebied. Toch had Vector wat mij betreft ook niet langer hoeven duren. Dat begon al in de proloog (ik wist niet dat ze bestonden in korte verhalen), waarin eerst een passieve vorm naar je kop wordt geslingerd en daarna in de gedachten van het personage wordt uitgelegd waar hij is en waarom en door wie. Het gaf me meteen een onnatuurlijk gevoel. Vector is niet echt. En dit wordt later ook bewezen in een levenloze dialoog: ‘Daar ben ik al achter. Dat is inderdaad niet leuk.”
En zo kan ik uit ieder dialoog nog talloze voorbeelden noemen, waarin alles maar wordt verteld en je geen moment kunt meevoelen.

Maar misschien is dit de bedoeling van korte verhalen? Ik weet het niet. Ik heb ooit bundels van Stephen King gekocht waar in korte verhalen van hem stonden. Een kort verhaal voor Stephen King bestaat uit 300 pagina’s. Dat is dus wel kort, maar geeft je toch genoeg ruimte om van het verhaal en de personages te gaan houden (of om ze te gaan haten, natuurlijk).

Ik ben niet dol op de schrijfstijl van Simon de Waal, maar ik denk dat ik daar over het algemeen alleen in sta, want – nogmaals – hij heeft behoorlijk wat succes gehad. Daarnaast vind ik het idee dat achter Vector zit ook best bijzonder. Als de stem van deze schrijver me was bevallen, had ik het geweldig gevonden om hier een volledig verhaal van te lezen. Vooral omdat er wel getracht wordt de lezer elke keer op een ander been te zetten. Het is alleen jammer dat er voor de uitvoering daarvan zo verrekt weinig tijd is.

Wie, wat, waarom?

Er zitten momenten in Vector waarin je toch even door de spanning gegrepen wordt, maar die momenten worden ook zo weer verbroken. Het einde is daarbij een fladderige scheet die toevallig op een pagina neerkomt. Het is een beetje zoeken naar het verhaal, met het thema ‘dodelijk virus dat kwijt is’ in je hoofd. Je weet niet hoe, je weet niet wat en je weet ook niet waarom Alex de Hoofdpersoon hier nou in hemelsnaam mee bezig is. Je neemt – net als Alex – maar aan dat het belangrijk is en daarom leef je dan ook een klein beetje mee. En ondertussen denk je: al blaast die Russische mafklapper de hele wereld op: jammer dan.

Conclusie

Zonder gein over fladderige scheten en halve standjes: het is niet mijn meest favoriete boek dat ik ooit heb gelezen. Vector is wel leuk voor erbij. Als intermezzo tussen twee dikke boeken door. Een rebound, eigenlijk.
Misschien is het ook een leuk boek voor mensen die over het algemeen niet veel lezen en toch weer eens een boek(je) uit de kast willen pakken. Voor mij was het allemaal net iets te slap.

Desalniettemin heb ik best een leuke tijd gehad met Vector. En ik blijf dan ook stellig bij wat ik eerder zei: men mag een gegeven paard niet in de bek kijken. 

 

Over de auteur

Ik eet geen rode dingen.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.