Angela moest poepen. Want Angela moet regelmatig op onlogische momenten poepen. Dit keer was het middernacht en zij stond in de kroeg. Ik zat een paar meter verderop, in het huis van mijn ouders. Zij waren op vakantie. Het was dus geen moeite om Angela een rustige wc aan te bieden.

‘Dit is echt het meest gênante bezoek ooit. Sorry!’ Ze stapte naar binnen, gooide haar jas in een hoopje op de grond en ik liep terug de woonkamer in. Ik vroeg me af of het leuk was, daar in die kroeg om de hoek. Ik was er nog nooit geweest. Ik wist niet dat Olst, of Boskamp in dit geval, een bruisend zaterdagavondleven had. Mijn bruisende zaterdagavond bestond uit een Stephen King boek, een fles wijn, een kat en sigaretten. Zoals iedere andere avond.

De woonkamerdeur ging weer open: ‘Ga je mee voor een drankje?’
Ik wilde ‘nee’ zeggen, maar iets in mij zei ‘ja’. Ik was nieuwsgierig. Trok mijn grote roze trainingsbroek uit, een spijkerbroek aan. En zo geschiedde:

Die ene avond in Boskamp

Het is altijd spannend om bij zo’n dorpse incrowd terecht te komen. Het zorgt ook voor oneindig veel dialoog omdat mensen in dorpjes als Boskamp ontzettend nieuwsgierig zijn. Dat komt omdat ze weinig te doen hebben behalve nadenken over mensen die in het dorp wonen. Die worden het liefst publiekelijk aan de schandpaal genageld bij een misstap. Je kunt maar beter oppassen, in zo’n dorp. Dat heb ik altijd geweten, maar ik wist niet dat ik zelf een kwartier later het middelpunt van een schandaal zou vormen.

Maar mijn schandaal liet nog even op zich wachten. Ik belandde in een gesprek en mijn gesprekspartner vond dat ik niet uit Boskamp kwam, omdat je pas na je zestiende ergers ‘getoogt’. Het was een waardevol gesprek waar we allemaal een belangrijke boodschap uit kunnen halen. Ik had mijn wijze les nog maar net geleerd, toen ik werd aangesproken door een andere nieuwsgierige ziel.

‘Jij bent Jacky.’
Ik haalde mijn schouders op: ‘Oja?’
‘Dat vraag ik.’
‘Dat was geen vraag, dat was een constatering.’
‘Nee hoor, ik vroeg ‘ben jij Jacky?”
‘Oke.’
‘Jouw buurman is Johan.’
Ik schudde mijn hoofd: ‘Ik weet niet wie Johan is. Ik woon naast een vriend van me. En een coffeeshop.’
‘Nee hier.’
‘Ik woon hier niet.’

‘Nouja zeg!’ De jongen vond oprecht dat ik mijn verstand was verloren. ‘Woon je nou naast Johan of niet?’
Het antwoord op mijn vraag wachtte hij niet af. Hij stond daar tegenover me. Lang te zijn en op Nick van Nick en Simon te lijken. Hij had veel vragen die binnen een minuut beantwoord moesten worden.

‘Jouw vader is Sjon?’
‘Johnny. Ja.’
De jongen begon, samen met drie andere jongens die naast hem stonden, heel hard te schreeuwen dat daar ook een Anita bij hoorde. Het was het hoogtepunt van de avond. En natuurlijk het beste, origineelste grapje van dit jaar.

‘Ja jij woont naast Johan. En tegenover jou wonen…’ De jongen noemde allemaal namen op, en ik had er nog nooit van gehoord. Ergens vond ik het zielig dat hij zich zo bezighield met de bevolking van Boskamp.
Ik hield mijn hand op: ‘Sorry. Ik weet het niet, want – nogmaals – ik woon niet in Boskamp.’

Ik draaide me om, maar er was geen uitweg. Het terras waar we stonden was afgezet en de enige uitweg die ik kon vinden was dwars door de lange mannen heen. Ik voelde daar niks voor, en haalde van ellende nog maar een sigaret uit mijn tas.

‘Ach jongens, jongens, jongens.’ de lange jongen ging verder: ‘Ze komt niet hier vandaan.’ hij keek mij uitdagend aan, alsof ik het heel erg zou vinden als ik niet uit Boskamp kwam. ‘Zij zegt namelijk niet ‘op Boskamp’, maar ‘in Boskamp. Dus jij’ – hij wees naar mij – ‘komt hier niet vandaan.’

Och ja, in mijn enthousiasme over de Boskampse kroeg, was ik vergeten dat men hier een eigen taaltje heeft. Ze zeggen ‘op’ in plaats van ‘in’. ‘Als’ in plaats van ‘of’, en ga zo maar door. Hier ‘zijn’ mensen iets nodig, en ze spreken de letter ‘r’ niet uit. Wat regelmatig voor enige verwarring zorgt vanaf mijn kant. ‘perzik’ wordt ‘pezik’ ‘sport’ wordt ‘spot’ en ‘raar’ klinkt als ‘raa’

‘Beste man’ begon ik. ‘De term ‘op’ dient gebruikt te worden voor een eiland. De laatste keer dat ik het onderzocht, was Boskamp geen eiland. Dat jullie allemaal ‘op’ zeggen, laat alleen zien hoe bedroevend het niveau van de Nederlandse taal is in deze regio.’

(ik had hier geen goed punt, maar ik dacht niet dat de Nick in kwestie dit door zou hebben) 

‘Oja! Nou!’ De jongen liet een krampachtig lachje zien. Iets wat ik eerder nog wel eens op de middelbare school zag bij puberjongens, vlak voordat ze hun gekrenkte ego probeerden te redden. ‘Jij zong vroeger Shakira.’

Dit was vast waar hij het hele gesprek op had gewacht. Ik zei niks.

‘Geef maar toe! Jij zong Shakira. En je danste vast ook.’ Hij bewoog zijn heupen. Het was een van de naarste dingen die ik ooit heb gezien.
‘Vast wel.’ zei ik. ‘Ik zing nog steeds wel eens Shakira.’

‘Jaaa, jaaa!’ hij lachte. Sprong bijna als een vrolijke aap op en neer. ‘Jij zong vroeger Shakira. Jij zong Shakira want mijn opa woont naast jou en jij zong altijd Shakria.’

Het vingertje bleef wijzen. Ik haalde mijn schouders op, nam een slok wijn en bedacht ineens dat deze jongen misschien wel een hele tijd had gewacht tot hij het Shakira-zingende-meisje kon vertellen dat hij wist dat zij het was. Hij nagelde me publiekelijk aan de schandpaal, maar hij had het verkeerde moment uit mijn leven gekozen.

En toen bedacht ik me dat zo’n moment voor de meeste mensen in Boskamp als gênant zou worden ervaren. Ik bedacht me dat mensen in Boskamp gewoon andere dingen hadden waar ze zich druk om maakten. Ik hief mijn handen, zoog wat lucht naar binnen en knikte langzaam: ‘Shit. Daar heb je me. Zo schuldig als wat.’

De dag daarna haalde ik een dvd onder het stof vandaan, gooide ik de achterdeur open en draaide ik nog één keer Shakira’s volledige ‘Live and off the Record’. Zo konden mensen OP Boskamp me weer een tijdje herinneren.

 

Over de auteur

Ik eet geen rode dingen.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.