Het is tien uur, s’avonds. Een zweetdruppel staat op mijn voorhoofd en valt zachtjes naar beneden, over mijn rechterwang naar mijn kin, op de plastic vloer die onder mij ligt, in de afgrijselijke kleuren van de Basic-Fit. Hier sta ik weer, recht in de chaos van metalen apparaten en de mensen die daarop bezig zijn.

Alle armen en benen, met daaraan rompen en hoofden, bevinden zich in hun opperste concentratie, met allemaal hetzelfde doel voor ogen: lichamelijke perfectie. Ze hebben zich gestoken in strakke outfits van nylon – vooral nylon – en katoen, waarin elk lichaamsdeel wordt getoond in zijn beste licht: dikke billen worden gestoken in strakke yogapants, pompende biceps worden getoond in hun uiterste naaktheid, waarin elke spier, zenuw en ader duidelijk op de huid is te zien. Het is een dans, een orgie van geloer en gekijk. Een dans van mannen naar vrouwen en vrouwen naar mannen – de seksuele selectie theorie van Darwin perfect van het tekstboek overgenomen, hier in de plaatselijke Basic-Fit. Alleen Tatjana mis ik nog.

Tussen al dat vleselijk geweld sta ik, met een losse, korte trainingsbroek van de H&M en een veel te groot Rage Against the Machine T-shirt, dat ik een keer heb gekocht toen ik veertien was. Twee dumbbells hangen in mijn handen, maar hun gewicht trekt nog meer aan mijn schouders; mijn lichaam is moe. Op. Gebroken. Mijn benen en schouders zijn al geruime tijd aan het protesteren, maar ik zet ze nogmaals in beweging. Ik neem een grote stap naar voren, buig mijn rechterbeen in een hoek van negentig graden en druk de gewichten omhoog, boven mijn hoofd de lucht in.

8…7…6…5… galmt het door mijn hoofd.

Mijn mond mompelt de aftellende cijfers mee, eerst in een zacht, rustig tempo, maar naarmate mijn lichaam het begeeft, in een toenemend geweld, totdat ik eindelijk de gewichten hard op de grond gooi.

training-601214_640

Je vraagt je toch af waarom ik, en vele anderen, dit zichzelf toch elke keer weer aan moeten doen. Drie keer in de week (soms meer, nooit minder!) sta ik hier voor mijn wekelijkse catharsis. Dit vindt niet plaats in een klein pittoresk dorpje ergens in het hartje van Italië of in de martelkamer van een oud Schots kasteel, maar gewoon hier bij de plaatselijke sportschool.

Het is een plek die iedereen haat, maar elke keer toch weer naar terugkomt, om dezelfde routine opnieuw af te spelen. De routine waar ook ik aan onderhevig ben. Maar, daarnaast heb je ook mensen – de échte sportschool beesten – die elke dag met een lach binnenkomen en met een nog grotere lach weer naar buiten lopen. Een glimlach die je nu ook op mijn hoofd kan zien, want ik ben, tot mijn eigen ontsteltenis en afgrijzen, net zo geworden als hen.

Ik heb het geheim ontdekt van het alpha sportschoolbeest en ik zal het verhullen, want ik heb mezelf opgeofferd voor de rest van ons, zodat jullie kunnen blijven roken en drinken en lekker ongezond kunnen blijven doen.

Het is een metamorfose waar ik al geruime tijd mee bezig ben.

Sinds de eerste keer dat ik een paar gewichten vastpakte, tot nu. Ik heb me ontpopt van een dikke, langharige stoner die rookte als een ketter, naar een gezondheidsjunk die alleen nog oog heeft voor sport en soms moeite heeft om een drankje en een sigaretje te laten staan. Deze metamorfose is nog in een extra versnelling gegaan toen ik zelf ben gaan werken in een sportschool, waar ik tot twee verbazingwekkende ontdekkingen ben gekomen:

1) sportschool mensen houden erg van sporten (duh)
en
2) sportschool mensen houden erg van eten.

Tachtig procent van de gesprekken die ik heb met mijn collega’s, de instructeurs hier of met mijn mede sportschool beesten, gaat over eten en dan vooral over alles waaraan eten moet voldoen: er moeten veel eiwitten inzitten en weinig koolhydraten, je moet regelmatig eten en in kleine porties, eiwitshakes hier, creatine daar, voedingschema zo. Elk sportschool beest geeft je maar al te graag ongevraagd voedseladvies, want ja, ‘70% van je workout is je eten!’ en dat vertellen ze je maar al te graag tot vervelends toe. runner-557130_640

Ik heb het inmiddels allemaal wel voorbij horen komen, maar het feit dat sportschool mensen niet alles van zichzelf mogen eten – want, o jee, je zou maar een keer een frikandel naar binnen werken- zorgt ervoor dat ze eigenlijk over niks anders dan eten kunnen hebben. En omdat ze allemaal zo van sporten houden, heb ik ook nog allerlei verbetertips ontvangen. Mijn zelfpijnigingsessies zijn daardoor nog veel productiever geworden: de kilo’s vliegen, net zoals het zweet op mijn voorhoofd, van mijn lichaam af. Ik voel me voor de eerste keer in vijfentwintig jaar gezond. Tevreden zelfs.

En dat is nou juist het ding, waardoor het allemaal zo aantrekkelijk wordt:

Als je eenmaal aan het sporten hebt overgegeven en de eerste maanden van backbreaking zware arbeid hebt volbracht, dan veroorzaakt al dat sporten wel een goed gevoel. De Tell-Sell reclames zijn waar, in ieder geval tot op een zekere hoogte. De marteling en al dat gezonde voedsel dat je naar binnen werkt, zorgt er wel voor dat je met een lach voor de spiegel staat. En niet alleen als je aan het sporten bent, maar ook daar buiten.

Het is een lifestyle en een mindset, die centraal in je leven staat en ervoor zorgt dat je het zelfvertrouwen krijgt om alle slechte punten uit je leven aan te pakken. Je hoeft alleen maar op te staan, je kont van de bank af te halen en de gewichten (en jezelf) aan te pakken, want alles wat je wilt is mogelijk. Het geeft je een zelfvertrouwen, een overwinningsdrift, dat de drempel van al die andere problemen ook minder gaan lijken, omdat je wekelijks al een grote drempel overwint, namelijk je eigen lichaam.

Geen enkele sigaret, geen speciaal biertje of wodka tonic kan daarvoor zorgen en geen drug die ik ken kan die natuurlijke, meest pure high, van allemaal geven…

…wacht….wat?

Gebruikte ik nu de woorden lichamelijke high?

Oh god, ik ben er nog erger aan toe dan ik dacht.

Over de auteur

Een cynische etter met een marginaal gevoel voor humor en literair talent. Houdt van honden, heeft een kat.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.